zaterdag 30 juni 2012

De begroting als sociaal instrument

Het was een drukke, maar leuke en zinvolle week die geheel in het teken stond van Gender Responsive Budgeting. Wat zegt u? Gender Responsive Budgeting (GRB) is een met name in ontwikkelingslanden (maar niet alleen daar) steeds meer toegepaste instrument om er voor te zorgen dat de begroting van het land zo is ingericht dat de effecten voor kwetsbare groepen duidelijk zijn. (Meer willen weten?)

Deze week organiseerde NDI een policy seminar over GRB. En aangezien het organiseren van die seminars een van mijn belangrijkste taken is, was het een drukke, maar gelukkig ook leuke en zinvolle week. De bedoeling van zo’n seminar is om parlementariërs over belangrijke onderwerpen te laten discussiëren met de regering en groepen uit de samenleving. Om op die manier hun rol als volksvertegenwoordiger, wetgever en controleur van de regering beter te kunnen vervullen.
Het seminar werd gecombineerd met de installatie van de Women Caucus, het overleg van vrouwelijke parlementariërs: welgeteld veertien van de 103 representatives and senators. Deze mooie combinatie van twee events was voor de president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf, reden genoeg om op het seminar als key-note speaker op te treden. Het was voor het eerst dat de president aanwezig was bij een NDI-activiteit.
Maar dat hebben we wel geweten... Omdat het volgens Liberiaanse politieke etiquette ongepast is te beginnen als de president nog niet aanwezig is, startten we veel te laat. De president moest namelijk door een demonstratie van partijgenoten heen, die haar het partijlidmaatschap wilden ontnemen, omdat ze drie zonen in hoge functies heeft benoemd bij resp. de nationale bank, de nationale oliemaatschappij en de veiligheidsdienst. Het woord nepotisme is hier de laatste tijd veel gebezigd.

Hand op de bijbel

Het seminar werd gehouden in de joint chamber van House en Senate, de grootste zaal van het parlementsgebouw. En dat was maar goed ook, want er waren zo’n 150 mensen. De binnenkomst van de president ging gepaard met trompetgeschal en gejuich.
Nadat de Women Caucus was geïnstalleerd, met hun hand op de bijbel, kon het seminar beginnen. De president, een makkelijk spreekster, hield een aardig verhaal en verdedigde, zoals te verwachten, het GRB-gehalte van de begroting.
De meeste overige sprekers maakten daar min of meer gehakt van.

Jacinta Muteshi
We hadden een Kenyaanse expert uitgenodigd, Jacinta Muteshi, die een briljante inleiding hield over nut en noodzaak van GRB. We hadden het symposium als motto ‘Gender Responsive Budgeting: A Social Challenge’ meegegeven – en dat was helemaal raak. Om haar verhaal heel kort samen te vatten. De staatsbegroting is het belangrijkste politieke instrument waar het parlement over beschikt. Als de begroting goed is samengesteld, geeft het een analyse van de situatie van het land, waarbij ‘de bevolking’ niet als één geheel wordt benaderd maar in groepen (mannen, vrouwen, jongens en meisjes) en verder gedifferentieerd naar maatschappelijke positie, opleidingsniveau etc. Vervolgens wordt er beleid geformuleerd om de positie van de kwetsbare groepen te verbeteren en dat moet dan in programma’s en projecten vertaald terug te vinden zijn in de begroting, met concrete doelstellingen (bijv. het aantal kinderen dat niet naar school gaat wordt dit jaar met 100.000 verminderd). Ze gaf boeiende voorbeelden dat iedere overheidsactiviteit gender-aspecten heeft. Zoals uit haar eigen land Kenia, dat de komende vijf jaar prioriteit geeft aan de aanleg van autosnelwegen. Voor wie zijn die bestemd? -  zo vroeg ze zich af. Niet voor al die miljoenen mensen die in dorpen wonen, waar meestal de vrouwen het land bewerken, en de producten over slechte wegen naar verder gelegen markten moeten brengen.
De begroting van Liberia voldoet in het geheel niet aan die GRB-eisen. En dan gaat het niet alleen om de begrotingstechniek, maar juist en vooral om het gebrek aan gerichtheid op het oplossen van sociale noden.
Dat was het thema van een andere spreker, senator Coleman, een arts van huis uit. Hij verweet de regering laksheid en het negeren van internationale verdragen. Hij gaf prangende voorbeelden van het tekort schieten van de begroting om de hoge kindersterfte aan te pakken of vaccinatieprogramma’s te financieren volstrekt onvoldoende. In de zaal, waar veel vrouwen(organisaties) en studenten aanwezig waren, werd instemmend op de kritische noten gereageerd.

 Warme woorden

Omdat zo’n seminar alleen de start kan zijn van het agenderen van GRB hadden we Jacinta Muteshi gevraagd om niet alleen voor haar inleiding op dat seminar vanuit Kenia te komen overvliegen. In de dagen daarna gaf ze in totaal vier workshop aan leden –en hun staf- van afzonderlijk Huis en Senaat, aan beleidsambtenaren van ministeries en aan vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Daar bleek een grote behoefte te bestaan aan meer praktische kennis van de manier waarop GRB ingevoerd kan worden. Want gelukkig zijn er veel Liberianen die de enorme armoede willen bestrijden.
Al naar gelang de doelgroep paste ze haar programma aan. Met als vast onderdeel een samenvatting van de begroting, opgesteld door het Ministerie van Financiën, waaruit overduidelijk bleek dat er nog een lange weg is te gaan eer de begroting GRB-proof is. De wil is er bij de regering  –op papier- overigens wel. In het ‘Gender Policy Paper’ van een paar jaar geleden worden er warme woorden aan GRB gewijd. Met het seminar is er hopelijk nu een stap vooruit gezet. Maar vele stappen zullen nog moeten volgen om van Liberia een land te maken dat zijn hulpbronnen benut om armoe en sociale achterstelling uit te bannen.

zaterdag 23 juni 2012

Valt er wat te doen in Monrovia?

Valt er wat te doen in Monrovia? De bruisende hoofdstad van Liberia, waar ruim een miljoen mensen wonen? Die vraag is me vaak gesteld. Tsja, er is welgeteld één, vrij schamel nationaal historisch museum. Er is geen theater, bioscoop, bibliotheek of poptempel. Wie hier komt voor in een westers format gestold cultureel vermaak kan beter weg blijven. Zijn er terrassen, is er een Starbucks, een boekwinkel of Grand Café? Nauwelijks. Terrassen zijner wel. Welgeteld één op het strand (Golden Beach) en verder hebben de hotels en een fors aantal restaurants riante terrassen. De ‘gewone’ Liberiaan (gemiddeld jaarinkomen 370 euro) zul je er niet zien. Wel expats en Liberianen ‘in goede doen’. Een goede espresso is er niet te vinden, evenmin als een boekwinkel.


Wat bruist er dan zo in Monrovia? Wie van straathandel, markten en bazaars houdt komt hier aan zijn trekken. Tienduizenden Liberianen proberen zo een inkomen te verwerven. Het is kleurrijk, levendig en goedkoop. Maar ook een teken van ontstellende armoe en werkloosheid. Even wat kille cijfers. De gemiddelde levensverwachting is 57 jaar, 7,5% van de bevallingen loopt verkeerd af voor de baby, 57% van de bevolking is analfabeet, 20% van de kinderen onder de 5 jaar heeft ondergewicht, 32% van de bevolking beschikt niet over een goede  waterbron en 83% niet over een vorm van sanitair.
Westpoint , de wijk in Monrovia die op een punt ligt die zee in steekt, is met 75.000 inwoners een van de grootste sloppenwijken van Afrika, waar de hiervoor genoemde percentages nog dramatisch slechter zijn.
Valt er dus wat te doen in Monrovia? Jazeker. Hulp bieden. Het is makkelijk cynisch te doen, vanuit de Nederlandse VVD-leunstoel, over het nut van ontwikkelingshulp. Maar wie hier een tijd werkt met Liberianen ziet hoe hard nodig het is om dit land in zijn ontwikkeling te ondersteunen. Die hulp moet er op gericht zijn Liberianen zelf hun verantwoordelijkheid te laten nemen. Dat gaat met vallen en opstaan. Geld verdwijnt in verkeerde zakken, opgedrongen hulp vanuit een westers, etnocentrisch standpunt valt op dorre grond. Maar er zijn ook veel initiatieven die Liberianen, met name in het onderwijs en de gezondheidszorg, het heft in eigen hand laten nemen. Vooral vrouwen lopen hierin voorop. En veel internationale hulporganisaties richten zich daar ook op.

Muurschildering op het terras van Golden Beach

Nerd Nite

Men zegt dat er zo’n 15.000 expats in Liberia werken. Ik heb ze niet geteld, maar ik vermoed dat de vredesmacht van de Verenigde Naties, UNMIL, in dat getal wordt meegenomen. En alles wat daar bij hoort, want met de soldaten komen politietrainers, juristen, ontwikkelingsdeskundigen, radiomensen en wat dies meer zijn. Verder zijn er veel  internationale bedrijven die hier hun vestigingen hebben. Zoals de Amerikaanse oliegigant Texaco, die even verderop in mijn straat een enorm wooncomplex voor haar (Amerikaanse) werknemers heeft gebouwd. Maar ook het hout, het goud, het rubber en de diamanten zijn in trek bij buitenlandse bedrijven, die met te makkelijk  (lees: goedkoop) afgesloten concessies zich deze natuurlijke eigendommen toe-eigenen. En dan de expats zoals ik. In dienst bij een buitenlandse organisatie om ontwikkeling te stimuleren.
Net zoals de Marokkanen in Nederland ontwikkelen die expats hun eigen culturele en culinaire leven. Dat is van alle tijden en van alle mensen. Het gaat wel op een moderne manier. Er is een Liberia-Expat-Google groep, waar zo’n 1100 mensen bij zijn aangesloten. Elke dag komen er zeker 10-15 berichten in de mailbox. Wie weet een goede tandarts? Waar kan ik tekenspullen voor mijn kind kopen? Kan ik een lift naar Buchanan krijgen? En zo ontstaan er ook culturele evenementen en netwerken die zich via Google organiseren. Samen aan de yoga, of op de fiets. Elke maand is er in de Duitse ambassade een Europese Filmavond. Ik ben er twee keer geweest en het is er reuze gezellig. Een hapje, een drankje en een keuvel. En natuurlijk de film. De laatste keer The Queen, op de dag dat ze haar zestig jarig jubileum vierde. Die prachtige film over  de totale wereldvreemdheid van het Britse koningshuis ten tijde (maar toen niet alleen!) van  de dood van Diana. En een socialist (Blair), die net als Drees, Den Uyl en Kok, in tijden van grote crisis, niet de royale stekker er uit trekt, mar het treurige zaakje redt!

In de Republiek Liberia is er voor de expats elke week op Myrtle Beach een drumcircle: samen trommelen in een grote kring. Overigens niets voor mij. Dan houdt de Alliance Française weer een goede-doelen-diner of de Amerikaanse een Liberiaanse volkskunstmarkt. In het I-Lab is maandelijks een verantwoorde documentaire te zien en in Sajj House wordt Afrikaanse of salsa gedanst.
Hoogtepunt is wel de Nerd Nite in Jamal’s Café, waar iedereen met een passie voor het dondert niet welk onderwerp een (powerpoint) presentatie mag geven. De laatste Nite waren dat er drie. Een Amerikaan (...)  gaf de meest waanzinnige verbanden tussen kanshebbers op de Europese voetbaltitel en hun maatschappelijke ontwikkeling. Helaas moest ik die missen,want ik wilde eerst een wedstrijd zien. Zo heb ik niet kunnen horen of hij een verband heeft gelegd tussen het falen van Rutte cs en dat van Oranje. Daarna vertelde een vrouw heel geestig over het expat-leven van Ernest Hemingway (oorlog, drank en vrouwen), waarbij zij de stelling betrok dat de gemiddelde Liberia-expat daar nog wat van kon leren. Hoogtepunt was de Zombie-presentatie van een Fransman, die overigens onberispelijk Engels sprak. De Zombie is overal, zo begreep ik, en ze wachten geduldig hun kans af om deze wereld over te nemen. Kijk dus altijd op de achterbank van je auto als instapt en ga nooit te ver weg van de zee, want daar zijn ze bang voor.
Er valt dus heel veel te doen in Monrovia!


zaterdag 16 juni 2012

Een normale werkweek

Hoe ziet zo’n werkweek in Liberia er nu uit? De maandagochtend begint altijd met een vergadering van het Program Team. Dat bestaat uit 8 mensen, 7 Liberianen en mijn persoon. De voortgang van de 25 activiteiten, waar het ‘Legislative Strengthening’ programma uit bestaat, wordt langsgelopen. Wat is er verleden week voor interessants gebeurd? Wat staat er de komende week op stapel? Heeft de (tijdelijk) voorzitter van de senaat er nu mee ingestemd dat we een workshop gaan organiseren voor de senatoren over de begroting die zeer onlangs door de regering is uitgebracht? (Het begrotingsjaar loop hier van juli tot en met juni.) Is het invliegen van de internationale expert uit Nairobi nu geregeld? Is de notitie over het inrichten van een centrale ICT-unit in het parlementsgebouw akkoord?  In een uur passeert alles de revue. Op naar Capitol Hill, voor een gesprek met de ‘deputy speaker’ (vicevoorzitter) van het Huis van Afgevaardigden over het bezoek dat een delegatie van het Amerikaanse congres aan Liberia zal afleggen. De delegatie heeft enkele ontmoetingen met het Liberiaanse parlement, dat wij op verzoek van de Amerikaanse ambassade organiseren. Daarna op bezoek bij de ‘pro tempore’ van de Senaat. Net als in de VS is de vice-president voorzitter van de senaat, maar in de praktijk van alle dag wordt deze functie vervuld door een daartoe gekozen senator, de tijdelijke voorzitter. Met hem worden wat lopende zaken besproken, zoals de hierboven genoemde workshop over de begroting.  Daarna terug naar het NDI-kantoor voor een Management Team vergadering. Belangrijkste onderwerp: de jaarlijkse functioneringsgesprekken van de staf, die in juli worden gehouden. 

Capitol Hill, waar Huis en Senaat zijn gehuisvest
Op dinsdag is er een gesprek met de mediaclub die het hoogst heeft gescoord met hun inschrijving op een NDI-subsidie voor het maken van een wekelijks radioprogramma van een uur met actualiteiten uit het parlement. We ploegen het voorstel door en vragen hen op een aantal punten wijzigingen en verduidelijkingen aan te brengen. Volgende week bespreken we de nieuwe versie. Daarna naar het stadhuis van Monrovia voor een gesprek met een ambtelijke volkshuisvestingsexpert. Een van de activiteiten die op stapel staat is een ‘study investigation mission' van een groepje parlementariërs om de (sociale) huisvesting in ogenschouw te nemen en met voorstellen te komen voor verbetering. Dat is hard nodig, want de situatie hier is bedroevend slecht. Het overgrote deel van de bevolking woont in krotten, zonder water, riool of elektriciteit. Met de ambtenaar bespreek ik het nut van een dergelijke aanpak. Hij is daar enthousiast over. Er moet iets gebeuren om de overheid en de politiek ervan te doordringen dat er een concrete aanpak nodig is: een meerjarenplan, harde streefcijfers voor nieuwbouw, woonconcepten die aansluiten bij de behoeften en tegelijkertijd vernieuwend zijn, met name op het gebied van zonne-energie, want dat is hier een onontgonnen terrein.

Maak je borst maar nat!

Op woensdag opnieuw een vergadering met de deputy speaker. Nu over het verzoek van het leadership of the House om een tweedaagse  Budget Summit te organiseren voor de 73 leden van het Huis. Meer dan de helft van de parlementariërs  is nieuw, dus het kan geen kwaad om hen in te wijden in de vele geheimen van de staatsbegroting. We bespreken een concept-programma dat we hebben voorbereid, waarin niet alleen technische voorlichting zit, maar ook de politieke dimensie. Hoe analyseer je als politicus zo’n begroting? Komen jouw politieke wensen er goed in tot uitdrukking? En zo niet, hoe pak je het dan aan om daar met wijzigingsvoorstellen verandering in aan te brengen? De deputy is akkoord, ook met ons voorstel om een ervaren politicus uit het buitenland uit te nodigen zijn, die dat politieke begrotingsverhaal op aanstekelijke wijze weet te vertellen. Die moet ik dus nog wel even zien op te sporen... Daarna loop ik binnen in het kantoor van een parlementariër die aan het groepje deelneemt dat de volkshuisvesting gaat onderzoeken. Ik had hem alleen maar gemaild met de vraag of hij er wat voor voelde. Hij heeft gelukkig de mail gelezen en reageert meteen enthousiast. Aan een paar woorden hebben we genoeg.  Daarna terug naar het NDI-kantoor want er komen twee onderzoeksters die voor USAID, onze donor, een onderzoek doen naar het effect van hun good governance hulpprogramma’s. Ik voer het gesprek met hen samen met de directeur van het NDI Field Office, waar ik het prima mee kan vinden. We stellen het niet mooier voor dan het is. Het gaat met vallen en opstaan, maar het programma dat wij uitvoeren boekt zeker resultaten. Het richt zich pas sinds een paar maanden direct op de parlementariërs, het parlement is immers ingrijpend vernieuwd na de verkiezingen van eind 2011. Ook het belang van het beter functioneren van de politieke partijen komt uitgebreid aan bod. Dat is cruciaal, omdat de parlementariërs nu als zelfstandigen opereren. Hoewel 90% voor een partij in het parlement zit, zijn er geen fractievergaderingen, geen partijcommissies die hen met ideeën voeden, geen partijbesturen, partijraden of congressen waar ze verantwoording aan moeten afleggen. Het zou mooi zijn als er een programma komt dat kaderscholing ondersteunt, partijstructuren democratiseert en – dit vooral- partijen stimuleert met inhoud bezig te gaan. Een partijprogramma opstellen, voorstellen ontwikkelen om de armoede, het analfabetisme, de slechte huisvesting, de werkloosheid te bestrijden. De twee onderzoekster tikken het allemaal in hun laptop. Ik ben benieuwd wat voor rapportage er over een tijdje uitrolt.
De 15 vlaggen van de 15 counties van Liberia in de tuin van Capitol Hill
Op donderdag en vrijdag heb ik –voor het eerst in weken- geen vergaderingen. Kan ik me eindelijk eens aan wat schrijfwerk wijden, mijn volgelopen e-mail inbox opschonen en mijn teamgenoten aanspreken op de voortgang van de activiteiten waar ze verantwoordelijk voor zijn. Op vrijdagmiddag heb ik met enkelen van hen een skype conference call  met DC. In het hoofdkantoor van NDI te Washington is een Liberia team, dat ons werk zo goed mogelijk probeert te ondersteunen. Dat kan om financiële zaken gaan, de inhuur van een internationale expert, het ontwikkelen van nieuwe projectvoorstellen of, zoals in dit geval, de het onderhoud van de website van het Liberiaanse parlement. Deze website is door NDI betaald en ingericht, maar moet nu overgedragen worden aan de media-afdeling van het parlement zelf. Die overdracht gaat met trainingen gepaard en daar hebben we het over. Althans dat proberen we, want er barst een tropische regenbui los die zoveel herrie maakt dat onze stemmen er bijna in verdrinken. Mijn collega’s zijn het gewend. Ze beloven me dat in het volle regenseizoen, in juli/augustus, zo’n stortbui wel drie dagen kan duren. Maak je borst maar nat!


maandag 11 juni 2012

Voetbalgek Liberia


Liberia is een voetbalgek land. Massa’s mensen (vooral van het mannelijke geslacht) lopen in voetbalshirtjes rond. Chelsea, Barcelona, Real Madrid en Arsenal zijn populair. Vooral Chelsea, omdat er twee Westafrikanen in spelen. Weliswaar niet uit Liberia, maar uit het buurland Ivoorkust. Zeer geliefd is Drogba, de man van het beslissende doelpunt in de halve finale Champions League tegen Barcelona en de laatste penalty in de strafschoppenserie tegen Bayern Muchen in de finale. Beide wedstrijden heb ik gezien in Jamal’s Café, aan de overkant van mijn flat. Zenuwslopende wedstrijden voor de talrijke Chelsea-aanhangers. Na de beide wedstrijden werd de zege met 

Mededelingenbord in Monrovia op de dag van de Champions League finale tussen Chelsea en Bayern München
toeterende auto’s gevierd alsof Liberia de wereldbeker had gewonnen. Toen de andere Westafrikaan van Chelsea, Salomon Kalou, na de gewonnen finale bekend maakte dat hij graag weer terug wilde gaan naar zijn grote liefde Feyenoord was dat breaking news hier. Helaas moest ik mijn Liberiaanse vrienden teleurstellen: Feyenoord zou zijn enorme salaris nooit kunnen betalen. Want die clubliefde van tegenwoordig moet toch vooral met harde pegels worden ingekocht.
De bekendste Nederlandse speler is Robin van Persie, op afstand gevolgd door Arjen Robben. Als de wat oudere Liberianen diep in hun geheugen graven komen ze nog wel aanzetten met Gullit, Van Basten of Koeman, maar van Cruijff hebben ze echt nog nooit gehoord.
Het EK-voetbal in Polen en Oekraïne wordt goed gevolgd, maar Nederland is slechts een kleine speler hier. Zaterdag was ik in Gbarnga, zo’n 180 km ten noordoosten van Monrovia, diep in het binnenland. In een simpel café keek ik met een handvol Liberianen naar de voor Nederland (4de op de wereldranglijst) zo slecht verlopen wedstrijd tegen Denemarken (9de). Het geluid van de generator overstemde het commentaar, maar ook zonder dat was duidelijk dat de schoonheid van het Nederlandse spel effectiviteit in de weg staat.

Liberia-Angola 0-0

Op zondag ga ik met twee collega’s naar de interland Liberia-Angola, een wedstrijd in de Afrikaanse kwalificatiepool J voor het WK-voetbal in Brazilië in 2014. Liberia strijdt met Angola, Uganda en Senegal voor een plek in de volgende ronde. Daarna vindt er nog een derde ronde plaats, waarna er uiteindelijk vijf van de veertig Afrikaanse landen een ticket voor Brazilië hebben. Het was de tweede wedstrijd in de pool. Liberia had de eerste van Senegal verloren, terwijl Uganda en Angola gelijk hadden gespeeld. Wil Liberia (124ste op de wereldranglijst) nog een kans hebben, dan moeten ze van Angola (84ste) winnen. 

Warming up van het elftal van Liberia, de 'Lone Star'
Het kleine Tubmanstadion ligt, zoals het eigenlijk hoort, midden in het centrum van Monrovia. Vanaf hun balkon kunnen bewoners van aangrenzende woningen de wedstrijd gratis volgen. Het is een vrij gammel stadion, mét kunstgras en voor tien Amerikaanse dollars hebben we een soort zitplaats. Vòòr de wedstrijd heerst er rond het stadion de opgewonden spanning, die elke voetballiefhebber lekker vindt. Eten, drank en shirtjes zijn overal te koop. Zwarthandelaren proberen hun verlies te nemen: een VIP-kaartje van vijftig dollar gaat voor twintig van de hand. De entree is overigens chaotisch. De uiterst smalle toegangspoorten hebben nummers, maar het kaartje niet. Eenmaal in het stadion blijken zo’n 15.000 lotgenoten zich op te maken voor de match. De elftallen komen op, de vice-president betreedt het kunstgras om ze allemaal een handje te geven, waarna de onverstaanbare volksliederen worden gespeeld. De meeste Angolese spelers blijken een maatje groter te zijn dan de Liberianen, die nogal nerveus beginnen, maar naarmate de wedstrijd vordert het betere van het spel hebben. Maar niemand komt tot scoren, zodat het publiek, waaronder verrassend veel vrouwen,  nogal teleurgesteld zich weer door de smalle poortjes naar buiten wringt.

George Weah: van stervoetballer tot politicus

De grote man van het Liberiaanse voetbal is George Weah, oud-speler van (vooral) AC Milan, maar ook van AS Monaco, Paris St. Germain en (heel kort, in zijn nadagen) Chelsea en Manchester City. In 1995 wordt hij uitgeroepen tot de beste speler ter wereld. Het is voor de eerste (en tot nu toe enige) keer dat een Afrikaanse speler deze eer ten beurt valt. Hij wordt ook uitgeroepen tot de beste 
George Weah voor AC Milan in actie (rechts)
Afrikaanse voetballer van de 20ste eeuw. In het nationale elftal is hij een witte raaf. In zijn eentje slaagt hij er niet in om Liberia tot enig succes te brengen. In 1996, wanneer het land in een diepe crisis verkeert, betaalt hij uit eigen zak de shirtjes van het nationale elftal, zodat ze mee kunnen spelen in de Afrika-cup. In datzelfde jaar is hij het middelpunt van een grote rel. In de spelerstunnel slaat hij zijn Portugese tegenstander Jorge Costa (FC Porto) een gebroken neus. Weah had zich opgewonden over racistische opmerkingen die Costa zou hebben gemaakt. Deze ontkent. Weah’s ploeggenoten van AC Milankunnen evenmin getuigen iets gehoord te hebben, zodat Costa vrij uit gaat en Weah zes Europese wedstrijden wordt geschorst. Desalniettemin krijgt hij in 1996 de FIFA Fair Play Award.
Na zijn voetbalcarrière gaat hij vrij snel de Liberiaanse politiek in. Hij toont zich zeer begaan met het lot van zijn door burgeroorlog verscheurd land en zet zich in voor vrede en verzoening. In 2005 doet hij mee aan de presidentverkiezingen. Om zijn kandidatuur breed te ondersteunen richt hij de Congress for Democratic Change (CDC) op. Op grond van zijn populariteit lijkt hij makkelijk te gaan winnen, maar tijdens de campagne blijkt hij het politieke spel nauwelijks te beheersen en gaat hij hard onderuit tegen de in Harvard afgestudeerde Ellen Johnson Sirleaf. Zijn gebrek aan enige opleiding wordt genadeloos uitgespeeld door zijn tegenstanders. 

De polliticus Weah
In 2009 weet hij voor de CDC een zetel in de senaat te bemachtigen, die hij in 2011 inlevert om nu als kandidaat vice-president het met zijn partijgenoot Winston Tubman, weer tevergeefs, op te nemen tegen Ellen Johnson Sirleaf.
 De CDC is overigens met enige goede wil op grond van zijn tien kernwaarden te beschouwen als een progressieve partij. Het is de grootste oppositiepartij van Liberia, die fel de strijd aan gaat met de Unity Party van de president.
Weah is de ‘Standard Bearer’ van de partij en gaat volgens geruchten, waar het in Liberia altijd van wemelt, het in 2017 opnieuw proberen. Een ander gerucht wil dat de zoon van de zittende president, die na twee termijnen uitgediend is, het op een akkoordje wil gooien met Weah. Zoon Johnson Sirleaf heeft Weah het vice-presidentschap in 2017 aangeboden, er van uitgaande dat hij zelf dan zijn moeder kan opvolgen. De CDC heeft dit onmiddellijk uit alle toonaarden ontkend, want zoals velen in dit land moet deze partij niets hebben van het fenomeen dat hier de Imperial President wordt genoemd.


zaterdag 2 juni 2012

Charles, Jewel, Jolanda en Tofik

Woensdag maakte het Sierra Leone Tribunaal in Den Haag de strafmaat van Charles Taylor bekend, de ex-president van Liberia. Vijftig jaar cel. Geëist was 80 jaar, maar de rechtbank vond 50 jaar genoeg voor de 64-jarige, onberispelijk geklede gentleman. Het legertje duurbetaalde advocaten dat hem bijstaat, zal ongetwijfeld hun cliënt adviseren in beroep te gaan. Dan kan de kassa nog even door rinkelen. Hoe wordt dat toch allemaal betaald, vraag je je wel eens af. In het geval van Taylor is het antwoord snel gevonden. In het zeer goed gedocumenteerde boek ‘The Mask of Anarchy’ beschrijft Stephen Ellis hoe Taylor in zijn guerrillatijd, voorafgaand aan zijn presidentschap (1997-2003), met zijn National Patriotic Front of Liberia een zeer groot deel van Liberia als een persoonlijk wingewest exploiteert. De export van diamant, hout, rubber, goud en ijzer gaat gewoon door, maar deze keer handelen westerse bedrijven met Charles ‘Ghankay’ Taylor. Zijn inkomen wordt in de jaren dat hij ongestoord zijn gang kon gaan (1990-1994) geschat op $400 miljoen.
Hier, in Liberia, was er weinig opwinding merkbaar over de strafmaat. Een paar weken geleden berichtten  kranten wel dat een twintigtal organisaties een ‘breed front’ vormden om activistisch op te komen voor de vrijlating van Taylor, maar daar is verder nooit meer iets van vernomen.

Vrijdag had ik een afspraak met senator Jewel Howard-Taylor. Zij trouwde in 1997 met Charles Taylor en scheidde in 2006 van hem. De volle presidentsperiode was zij dus Liberia’s First Lady. Ik ontmoet een zeer gisse, alerte en vrolijke dame in haar goed georganiseerde kantoor in het parlementsgebouw. Grote prenten van Christus en Obama hangen gebroederlijk naast elkaar aan de wand. En herinneringen, zoals een gezellige foto van de presidentiële echtparen Chirac en Taylor. Ik moet enkele activiteiten met en voor parlementsleden organiseren, zoals een seminar over ‘gender budgeting’ en een ‘fact finding mission’ naar de (hoogst beroerde) stand van zaken  op het gebied van de volkshuisvesting. Daarvoor doe ik ook een beroep op Jewel Howard-Taylor: zij is immers voorzitter van voor deze onderwerpen relevante senaatscommissies. Ze reageert positief en enthousiast op mijn voorstellen. In niets is te merken dat haar ex twee dagen eerder in Den Haag is veroordeeld tot 50 jaar. Als ik haar vertel dat ik ook een tijd senator ben geweest, en wel in het Nederlandse Den Haag, reageert ze vrolijk’ Ha, er is dus nog een leven na de senaat!’

GroenLinks is het spoor bijster

Vandaag (zaterdag)  kreeg ik een e-mail van Heleen Weening, ook al uit Den Haag, en partijvoorzitter van GroenLinks. Of ik al gestemd had op mijn favoriete lijsttrekkerkandidaat. Moeilijke vraag om te beantwoorden. Want ik heb wel gestemd, maar niet op mijn favoriete kandidaat. Ra ra, hoe kan dat?
Om mijn stem te verantwoorden heb ik mij deze week verdiept in het Lenteakkoord. Op de website van GroenLinks wordt beweerd dat (met CDA en VVD!) een belangrijke eerste stap is gezet naar een groene en sociale weg uit de crisis. Lees even mee: ‘Door toedoen van GroenLinks zijn de vijftien meest pijnlijke bezuinigingen van het kabinet-Rutte teruggedraaid, zoals de bezuinigingen op het pgb, passend onderwijs en natuur. Lage inkomens worden gecompenseerd, waardoor de pijn van de crisis eerlijk wordt verdeeld. Groene en sociale maatregelen worden doorgevoerd. Vervuilers gaan betalen en vergroeners gaan verdienen.’
Nu is op de website van GroenLinks de integrale tekst van het Lenteakkoord niet te vinden. Zou de partijleiding zo dom zijn te denken dat daarmee deze kritische GroenLinkser te misleiden is?
Is de bezuiniging op het Persoons Gebonden Budget (PGB) teruggedraaid? Nee! In het lenteakkoord valt te lezen dat met €150 miljoen structureel deze maatregel wordt ‘verzacht’. Inderdaad, want het kabinet Rutte had €900 miljoen ingeboekt. Volgens het CPB kon maar op 600 miljoen worden gerekend. Hoe het ook zij: er worden dus altijd nog honderden miljoenen op het PGB bezuinigd volgens dit Kunduzakkoord.
Van Bijsterveld wilde jaarlijks 300 miljoen bezuinigen op het passend onderwijs – en de Tweede Kamer besloot daartoe. Het Lenteakkoord trekt er 100 miljoen voor uit om dit ‘terug te draaien’. Inderdaad, het Lenteakkoord maakt 200 miljoen vrij voor een intensivering van natuurmaatregelen. Bleker wilde 300 miljoen bezuinigen. Dat wordt dus nu voor 2/3e teruggedraaid. Is dat een groene maatregel te noemen? 

Wie van de drie? (Foto: NRC)
 ‘Lage inkomens worden gecompenseerd.’ Oh ja? Het koopkrachtplaatsje bij het Lenteakkoord kan daar geen uitsluitsel over geven. Terecht wordt op de allerlaatste blz. van het Lenteakkoord opgemerkt (maar ja, wie leest dat nog?) dat er een ‘belangrijke onzekerheid’ is omdat loon- en inflatieontwikkeling zich moeilijk laten voorspellen en de effecten van andere maatregelen, zoals bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag, niet zijn meegerekend.
Wie in het Lenteakkoord het begin ziet van fundamentele sociale en groene hervormingen is het spoor bijster. De woningmarkt gaat voor starters nog meer op slot. Het sneller verhogen van de AOW en het aantasten van WW en ontslagrecht gaan niet gepaard met maatregelen die outsiders op de arbeidsmarkt meer kansen biedt. In het onderwijs wordt visieloos in de marge wat heen en weer geschoven
Het is diep treurig dat GroenLinks hierin is meegegaan en als een vaandeldrager met de borst vooruit zich het Lenteakkoord toe-eigent. Er is niets van Kunduz geleerd, integendeel, de Kunduz aanpak wordt nu als strategische meesterzet herhaald. Dat is het inderdaad, als GroenLinks er nu definitief voor heeft gekozen om in het politieke midden te bivakkeren.
Jolande Sap denkt met het Lenteakkoord als belangrijke verworvenheid de strijd om het lijsttrekkerschap én daarna de verkiezingen te winnen. Tofik Dibi is met zijn Kunduz-gedraai en D66-oriëntatie voor mij geen geloofwaardig alternatief. Jolande Sap heeft haar krediet –en dat had ze ondanks Kunduz- nu ook verspeeld.
Ik heb dus op kandidaat ‘Blanco’ gestemd.