vrijdag 27 maart 2015

Werken aan goede schoolbibliotheken in Liberia

Deze keer heb ik een gast-blogger: Jacq Turel, mijn vrouw. 

We zijn hier al weer ruim een maand en met de Ebola ging het lang goed: al ca 30 dagen geen nieuwe Ebola gevallen. Maar deze week is het toch weer mis gegaan: een nieuwe besmetting. We wachten met spanning af of het daarbij zal blijven. Het was weer wennen in Liberia na een lange afwezigheid. En het was lastig me te wapenen tegen de onzichtbare vijand Ebola. Niemand aanraken blijft het devies. In mijn tas zitten plastic handschoenen, schoonmaakdoekjes, desinfecteerspul, voor het geval dat.
En ondertussen blijf je overal je handen wassen bij binnenkomst met licht chloor water. Soms 8x op een dag. Steeds minder vaak wordt je temperatuur gemeten bij een entree. Niet dat dat erg betrouwbaar was; ik heb toch wel regelmatig een temperatuur gehad van lager dan 34 graden.

De scholen zijn weer open

Ja, sinds een paar weken zijn de scholen weer open. Nadat ze 6 maanden gesloten waren vanwege de Ebola uitbraak. De klassen stromen langzaam weer vol, dat ging voorzichtig aan, want veel ouders waren huiverig hun kinderen weer naar school te doen. Ook hadden velen geen geld voor een uniform, omdat hun inkomsten nog lager zijn geweest dan normaal en veel prijzen zijn gestegen. Een school uniform is nou eenmaal verplicht in dit land, want goedkoper dan elke dag andere, schone kleren.


Na de succesvolle bouw van de drie schoolbibliotheken vorig jaar richt ik me nu op alle schoolbibliotheken van de 23 openbare scholen in Monrovia.
Dat is een flinke klus. Ook omdat er geen informatie is over de staat van de schoolbibliotheken en ook niet over de aanwezigheid en het niveau van de bibliothecarissen. Na mijn bezoeken aan negen schoolbibliotheken is me de staat wel zo ongeveer duidelijk. Dus heb ik een voorstel geschreven om alle 23 schoolbibliotheken te verbeteren. Daar hoort ook bij dat de bibliothecarissen allemaal meerdere keren een training krijgen en dat de bibliotheken worden opgeknapt. Dat er woordenboeken, atlassen enz. moeten komen. Dat er voor het eerst een computer komt in elke bibliotheek en dat de bibliothecarissen dus een computer training moeten volgen. Daar heb ik ook ingezet dat er in elke schoolbibliotheek een Hygiëne Corner moet komen. Een hoek waar hygiëne getraind kan worden en informatie te vinden is. De Ebola liep tenslotte ook zo uit de hand omdat zelfs de basis kennis van hygiëne ontbreekt.
Het plan is af, we hebben het verslag van de bouw van de drie schoolbibliotheken vorig jaar erbij gedaan. En nu maar hopen dat er een donor dit ziet zitten. De superintendent (wethouder) en de minister in ieder geval wel.

Welke bibliotheek heeft een woordenboek?

Mijn werk beweegt zich tussen micro-en macroniveau:
In welke staat bevinden zich alle schoolbibliotheken? Op onderzoek uit, allen bezoeken.
Wat is er nodig om ze op te bouwen tot goede bibliotheken?
Waar vinden we het geld daarvoor? Welke donoren ?
Het schrijven van het voorstel om alle 23 bibliotheken op te knappen.
Overleg met de minister over dit plan.
Zijn er overal bibliotheken?
Zijn er overal bibliothecarissen?
Wat is hun niveau?
Telkens afstemming met het hoofd van het openbaar onderwijs, de superintendent.
Hoe wordt de schoolbibliotheek gebruikt in de school?
Kan de bibliothecaris een link leggen met wat de leraren in de klas doen en welke materialen er in de bibliotheek zijn om het lesgeven te verbeteren?
Welke bibliotheek heeft wel een woordenboek? Hoe zorgen we dat die niet gestolen worden?
Hoe zorgen we dat die vrijwillige onbetaalde bibliothecaris zonder enig inkomen maar met talent en enthousiasme toch naar de bibliotheek kan komen?
Sinds vorig jaar is er een nieuw hoofd van de school bibliothecarissen.
Dus werk ik nu samen met hem in het kantoor van het openbaar onderwijs. We zijn samen aan het onderzoeken hoe de staat is van alle schoolbibliotheken op de openbare scholen.
De bibliotheken liggen verspreid over heel Monrovia, dat is niet te doen op m’n fiets. Het openbaar vervoer bestaat hier vooral uit privé-taxi’s, die zijn geen optie meer voor me sinds de Ebola, dus hebben we een auto nodig als we ergens naar toe moeten. Dat is heel lastig. Gelukkig kunnen we af en toe de auto van de superintendent gebruiken, maar je weet nooit wanneer hij die nodig heeft.


Miranda

Ineens heb ik twee maanden lang een Amerikaanse lerares, Miranda, gespecialiseerd in leren lezen en schrijven aan mijn zijde. Het lees en schrijf niveau van de Liberianen is over het algemeen erbarmelijk. Wat blijkt: de leraren weten niet hoe ze de kinderen moeten leren lezen. Dat is natuurlijk al lang bekend. Veel leraren zijn leraar geworden tijdens de oorlog, zonder enige goede opleiding. Daarna is het onderwijs nog niet verbeterd, dus al 30 jaar is het bijzonder slecht gesteld. De leraren en ouders weten niet beter dan dat je leert lezen zonder te leren hoe een letter klinkt. De ontwikkelingsclub van Amerika (USAID) heeft met miljoenen dollars een Liberian Training Teachers Program gedraaid de afgelopen 4 jaar. Hoe kan het dat de verbeteringen niet merkbaar zijn in de klassen? Daar zijn vele redenen voor.
 Ik heb geen miljoenen  ter beschikking, maar zie wel dat je niet alleen met een plan van bovenaf kan komen. Je moet vanuit de klassen zien wat er mis gaat en kijken wat je daar aan kan doen.
 Dus is Miranda op mijn verzoek gaan kijken op de A. Glenn Tubman school. De eerste school waar ik de schoolbibliotheek heb gebouwd. Die is er nog en in goede staat, dankzij de onvolprezen Elizabeth. Daar ligt wat lesmateriaal, daar zijn leesboeken. Maar waarom gebruiken de leraren dat nauwelijks.
Wat doen de leraren in de klassen en wat is er nodig om het ontbrekende gat te vullen in het leren lezen.
Precies daar zijn we nu druk mee. Miranda is wezen observeren in de klassen en maakt nu het missende lesmateriaal. Ik kocht een nieuwe lamineermachine. De vorige is uit een andere bibliotheek gestolen tijdens de Ebola crisis. Ik kocht een printer, cartridges, papier, plastic. Aan de slag.
Miranda is vorige week al begonnen om tijdens de pauzes, wanneer de bibliotheek vol stroomt, de kinderen te leren hoe een letter klinkt. Dat weten ze niet. Ja ze moeten het alfabet erin stampen, maar niemand leert ze dat een letter een klank heeft. Een m, klinkt als een mmm. Spel eens “mat” als je dat niet weet? “Em a tee”. Nee, begin met mmm…  a, m.. a, ma  t, ma t mat. En een plaatje erbij.


Miranda
Small, small

Kortom, ik weet niet wat Miranda allemaal nog van plan is, morgen ga ik kijken in de bibliotheek.  En ze betrekt natuurlijk de bibliothecaresse Elizabeth erbij, maar de leraren overtuigen is een ander verhaal. Die houden het liefst vast aan wat ze gewend zijn. Alle extra werk is ze teveel. Verschillende niveaus in je klas? Daar houden ze geen rekening mee. En nu nog het hoofd van de school er weer goed bij betrekken. En dan maar kijken hoever we komen. Small, small, blijft het beste in Liberia. Voorlopig hangen de kinderen aan Miranda’s lippen.
Vorige week belde er via een vriendin weer een andere lerares op, ze heeft ook tijd om te helpen. Ze woont aan de andere kant van de stad. Dan gaan we op een andere lagere school daar kijken of we net zoiets kunnen doen, lijkt me.

Alle ballen in de lucht

Ondertussen moet ik alle ballen in de lucht houden: het voorstel tot verbetering van alle 23 schoolbibliotheken bij de donoren krijgen, dus is er een auto…? Daarna proberen een gesprek bij elke donor te regelen. De superintendent op de hoogte brengen van onze  in het leesonderwijs.
De nieuwe vergadering van de schoolbibliothecarissen voorbereiden.
Schoolbibliotheken bezoeken, als er een auto is. Als er benzine is.
De bibliothecarissen vergaderen
We hebben na veel moeite een vergadering gehouden voor alle schoolbibliothecarissen. Er waren 16 van de 23 scholen aanwezig.
Niet slecht vonden wij. De meesten kenden elkaar niet. Ze moesten even met z’n tweeën elkaar interviewen en daarna elkaar presenteren aan de groep. Dat werkte verfrissend. We hebben ze allemaal een vragenlijst voorgelegd waar we hopelijk een hoop informatie uit kunnen halen. Voor de volgende keer (we gaan maandelijks vergaderen) willen we dat ze een inventarislijst maken van alle boeken die ze extra, teveel of verkeerd hebben en zouden willen ruilen voor andere boeken.
Ondertussen vragen ze allemaal om woordenboeken. Die verdwijnen echter binnen een oogwenk uit de bibliotheken. 

Zie de Facebook-pagina van Jacq Turel: Good Libraries Liberia.



zaterdag 21 maart 2015

Senatoren komen en gaan: in Nederland en Liberia

Woensdag jl. (18 maart) was zo’n dag waar Liberia en Nederland op een speciale manier even bij elkaar komen. Althans voor mij. Op die dag gingen in Nederland de stembussen open voor de Provinciale Staten verkiezingen en –dat kan niemand ontgaan zijn- indirect ook voor de Eerste Kamer. Als oud-lid van die Eerste Kamer (1999-2007) ben ik  extra geïnteresseerd in die uitslag, zonder daar overigens zelf aan te kunnen bijdragen, want als ‘buitenlandse’ Nederlander kan ik alleen bij de Tweede Kamerverkiezingen stemmen. De uitslag viel (weer) niet mee. Netto verloren de drie linkse partijen (want daar reken ik hardnekkig naast GroenLinks en de SP ook nog steeds de PvdA toe) 7 zetels. Ook GroenLinks verloor één zetel, wat tot tevredenheid stemde, zo begrijp ik. Dat heb ik altijd zo vreemd gevonden: verliezen en toch te tevreden zijn. Natuurlijk, ik ken de ‘als dit… dan dat’ redeneringen, het vergelijken met polls en de voorgaande verkiezingen, maar al dat gegoochel met getallen en argumenten neemt niet weg dat er gewoon verloren is. Ook Bram van Ojik  kon dat helaas niet voorkomen. 
Frank Köhler in zijn jonge PSP-jaren
Een schrale troost voor de gemiddelde GroenLinks-stemmer is dat de zetel die  de SP won, wordt ingenomen door  Frank Köhler. Ik ken Frank al veertig jaar vanuit onze gezamenlijke politieke inzet, eerst in de PSP en later in GroenLinks, en hem kennende zal hij zijn opvattingen ook in de SP gestand kunnen doen. Beter dan in GroenLinks, anders zou hij niet zijn overgestapt. Voor de gemiddelde GroenLinks kiezer maakt dat denk ik weinig uit. Natuurlijk wel voor een groot deel van het GroenLinks kader dat nog steeds tegen het liberale gedachtengoed van Femke Halsema aanleunt en types als Köhler (en Platvoet) liever kwijt dan rijk is. Mij zijn ze al kwijt, letterlijk dan, want Liberia ligt ver buiten het GroenLinkse aura.

Kiezersschavot

Maar afgelopen  woensdag had ik toch met senatoren te maken. In december zijn in Liberia 15 van de 30 Senaatszetels in de verkiezingsgrabbelton gegooid. De termijn van een senator is hier 9 jaar lang  en elke 4,5 jaar komen 15 zetels vacant. Dit om te voorkomen dat in één keer de hele Senaat uit nieuwkomers bestaat. Dat is een reële optie, want parlementariërs hebben in Liberia een bar slecht imago, wat er toe leidt dat bij verkiezingen de meerderheid zijn of haar zetel kwijt raakt. Die 9 jaar is natuurlijk veel te lang. Het leidt ertoe dat een senator  9 jaar verzekerd is van een torenhoog inkomen, zich zelf een aureool van gezag en leiderschap toekent, en weinig moeite doet om ‘de wijken’ in te gaan, wat hier vooral sloppenwijken zijn. Ook in december was het weer een slagveld. Van de 15 senatoren die aftraden, deden er 13 weer een gooi naar hun zetel. Slechts twee van hen werden herkozen. 
Jewel Howard-Taylor
Eén van hen is Jewel Howard-Taylor, de ex-vrouw van ex-president Charles Taylor, die in Engeland een straf van 50 jaar uitzit. Zij is een van de weinige senatoren die haar werk goed doet, veel buiten het parlement is te vinden, initiatieven neemt, en haar kiezers in de provincie Bong niet vergeet. Dat Bong County  een traditioneel Taylor-bolwerk  is, heeft haar uiteraard ook enorm geholpen. Dat geldt ook voor de andere senator die is herkozen: Prince Johnson, de man die op de lijst van burgeroorlogsmisdadigers staat, het land niet uit kan, met zijn eigen militie dood en verderf zaaide in de jaren ’90 en in 1990 betrokken was bij de moord op president Samuel Doe. Deze Prince staat niet te boek als een actieve parlementariër, maar zijn populariteit  in de afgelegen provincie Nimba is blijkbaar nog steeds groot. De coalitie die in Nimba was gevormd om hem tegen te houden, faalde jammerlijk.

 Geen internet

De nieuw gekozen voorzitter van de Senaat (de vorige was ook in december op het kiezersschavot gesneuveld) had NDI gevraagd om een introductiedag te organiseren voor de nieuw gekozen senatoren. En deze vond afgelopen woensdag in de commissiekamer van de Senaat plaats. Vandaar mijn senaats-sentimenten. Van de 13 nieuwe gekozenen waren er zes aanwezig, wat voor Liberia een puike opkomst is. En wat nog meer bijzonder: ze waren er van het begin tot het eind. Maar het meest hoopgevende was dat ze interactief, kritisch en leergierig waren. Een groot verschil met de gemiddelde legislator die ik hier heb leren kennen. Wij verzorgden presentaties over het werk van een parlementariër, die ook in Liberia wordt geacht drie rollen te vervullen: volksvertegenwoordiger, wetgever en controleur van de regering. Daarnaast werden de diensten  gepresenteerd die de senaat moeten ondersteunen, zoals een persafdeling, een begrotingsbureau en de bibliotheek. Stel je daar niet veel van voor: het zijn matig tot slecht functionerende diensten, met slecht betaalde medewerkers, die nauwelijks kunnen leunen op toch broodnodige voorzieningen zoals een archief, naslagwerken en internet. Wat dit laatste betreft: de Senatoren waren stomverbaasd te horen dat er in 2013 een complete internetinfrastructuur in het parlementsgebouw is aangelegd, op kosten van de VS, maar dat de leiding van House en Senate weigeren een internet provider te betalen.
 
Lege zaal van de Liberiaanse Senaat
Sociale noden

De zes Senatoren ontmoetten ook de drie burgergroepen  waarmee NDI nauw samenwerkt. Wij trainen en ondersteunen hen  in het verbeteren van hun aanpak, werkwijze en inhoudelijke onderbouwing om zo met meer succes voor hun zaak te kunnen lobbyen bij het parlement. Vrouwenrechten, water sanitair & hygiëne en goed bestuur t.a.v. de natuurlijke hulpbronnen zijn de drie terreinen waarop onze partners actief zijn. Ze vonden niet alleen een bereidwillig, maar ook een geïnteresseerd gehoor. Ze presenteerden hun activiteiten en daagden de Senatoren uit met hen mee te denken en parlementaire initiatieven te ontwikkelen om op deze drie terreinen, cruciaal voor de ontwikkeling van Liberia, vooruitgang te boeken. De Senatoren leken daartoe bereid. Agenda’s werden getrokken, telefoonnummers en e-mailadressen uitgewisseld. Ook NDI zal daarin een rol spelen. Naast het versterken van de civil society heeft ons programma nog een tweede doelstelling: het parlement stimuleren en ondersteunen zich open te stellen voor de buitenparlementaire ‘bewegingen’. Onder andere door het houden van openbare hoorzittingen waar belangengroepen hun zaak kunnen bepleiten en het organiseren van parlementaire onderzoekscommissies upcountry om parlementariërs  de rauwe, alledaagse werkelijkheid onder ogen te brengen en samen met belangengroepen te zoeken naar oplossingen. Dat zal niet eenvoudig zijn, maar zoals één van de nieuw gekozen Senatoren zei: ‘ik ben gekozen om de sociale noden van mijn kiezers en van Liberia aan te pakken’. Ik hoop dat hij dat 9 jaar volhoudt. 

zondag 15 maart 2015

Droevige en omstreden National Holidays in Liberia

Het was deze week Decoration Day in Liberia, één van de 12 National Holidays, een vrije dag voor diegenen die werk hebben. Op Decoration Day, de tweede woensdag in maart,  worden de doden in ere gehouden. De graven van de overleden (groot)ouders worden geschilderd, met bloemen versierd en er wordt tegen hen gesproken in de hoop dat de gestorvenen hier ‘iets’ mee doen in het hiernamaals. In deze Ebola periode, hoewel je langzaam maar zeker van een post-Ebola kunt gaan spreken, had Decoration Day een dramatische lading. Veel  van de rond de 4000 aan Ebola overleden Liberianen zijn niet begraven, maar gecremeerd, wat een hard gelag was voor de families. Want in de grond begraven is de traditie. Het cremeren werd echter na een chaotisch begin van de strijd tegen de Ebola de standaard, omdat het lijk van een Ebola-patiënt te vergelijken is met een virusbom. De razendsnelle verspreiding van het virus in augustus vorig jaar was vooral te wijten aan de traditionele manier van afscheid nemen van een overledene: lijkwassing, omhelzen en nog het liefst een paar weken boven de grond, alvorens hem of haar te begraven.
Op deze Decoration Day werden dus ook de speciaal aangelegde begraafplaatsen bezocht waar zowel de stoffelijke resten als de asresten van de Ebola-slachtoffers liggen.

Lijsten van Ebola-slachtoffers op de begraafplaats buiten Monrovia.
Spookstad

Buiten Monrovia ligt zo’n Ebola-begraafplaats. Een deel bestaat uit graven met aparte velden voor moslims, christenen en aanhangers van de traditionele natuurgodsdiensten. De lijken in deze graven zijn ingepakt in speciale zakken die het virus ‘binnen’ houden.  Daarnaast is er een speciaal huisje waarin het as van de gecremeerde overleden Ebola-patiënten ligt. Het hoeft geen betoog dat dit voor de nabestaanden hard te verduren is. Het as ligt door elkaar heen en er is geen graf dat verzorgd kan worden. Er wordt nagedacht over een speciale Ebola-herdenkingsdag, speciaal voor de gecremeerde slachtoffers.   

Graven op de Ebola-begraafplaats.
Op de grootste ‘gewone’ begraafplaats van het land, de Palm Grove Cemetry, die midden in het centrum van Monrovia ligt, wordt Decoration Day overigens minder uitbundig gevierd. Het  ommuurde, zeer grote kerkhof staat bekend als een spookstad, waar criminele bendes de graven leegroven. Ook de levenden zijn hier niet veilig: menig argeloze bezoeker is er beroofd. In de kranten wordt er regelmatig schande over gesproken: de Liberiaans overheid slaagt er al nauwelijks in de levende Liberianen een veilig bestaan te bieden, politie en justitie zijn de meest corrupte overheidsinstellingen, maar dat dit zelfs ook voor de doden geldt is voor velen niet aanvaardbaar.

Huisje met het as van de gecremeerde Ebola-slachtoffers.
Vrijgemaakte slaven

Nu ik dit schrijf, zondag 15 maart, is het wederom een National Holiday. En omdat die op een zondag valt, is morgen iedereen vrij. Valt die op een zaterdag, dan is vrijdag de dag die zijn naam eer aan doet. Vandaag wordt herdacht dat op 15 maart 1809 Joseph Roberts werd geboren in Norfolk, Virginia. Zijn vader was een plantage-eigenaar die  van Wales naar de VS was geëmigreerd, zijn moeder was een van de slavinnen-bijvrouwen van deze planter, die haar en hun zeven kinderen, de vrijheid gaf. Eenmaal vrij trouwde zij met een vrijgemaakte slaaf, James Roberts. In 1829 scheepte de dan 19-jarige Joseph Roberts zich met zijn moeder en vijf broers en zussen in op een boot van de American Colonization Society naar de kust van West Afrika, om zich als kolonisten te vestigen en het christelijke geloof te verspreiden. En hier begint die bijzondere geschiedenis van Liberia, het land dat gesticht werd door vrijgemaakte Amerikaanse slaven. Eenmaal in Monrovia begon Roberts een exporthandel in palmolie, ivoor en hout naar Amerika. Hij werd hij de high sheriff van Liberia en was verantwoordelijk voor militaire acties om belasting te innen bij de inlanders en het neerslaan van opstanden van hen tegen de Amerikanen die zij als koloniale indringers beschouwden. Hij maakte snel carrière in de American Colonization Society, dat Liberia bestuurde en werd benoemd tot de eerste zwarte gouverneur. In 1846 schreef hij een referendum uit, waarbij voor onafhankelijkheid werd gekozen en een jaar later, na verkiezingen, kon Roberts worden geïnstalleerd als de eerste president (1848-1856) van Liberia.  In 1872 werd hij opnieuw gekozen, hij stierf in 1876 in het presidentieel harnas. (Zie verder de Engelse Wikipedia).

Joseph Roberts, eerste president van Liberia
Deze ontstaansgeschiedenis van Liberia schrijnt nog steeds. Voor de Liberianen van Amerikaanse afkomst is Roberts een held. In hoogdravende bewoordingen gaf de president van Liberia, Ellen Johnson-Sirleaf, deze week een verklaring uit waarin Roberts wordt geëerd als stichter van de natie, een eminent staatsman die door zijn ‘moed, volharding, onzelfzuchtigheid en toewijding aan de principes en idealen’ een inspiratiebron is voor alle Liberianen.

Sociale ontwikkeling

Veel autochtone Liberianen die kennis hebben van de geschiedenis van hun eigen land denken daar heel anders over. Zij beschouwen de heersende, huidige elite van Americo-Liberianen als erfgenamen van Roberts. De man die de basis legde voor een land, waar de autochtone bevolking  als tweederangs burgers werd en wordt behandeld. Een land dat wordt  bestuurd door een hechte groep die zich zelf verrijkt en de overgrote meerderheid in armoede en onwetendheid ondergedompeld laat. Ik denk dat de werkelijkheid minder zwart-wit is. Je ontmoet hier veel Americo-Liberianen die integer bijdragen aan de ontwikkeling van hun land. En een deel van de elite bestaat uit autochtone Liberianen die zich wonderwel soepel hebben aangepast aan de heersende elitaire mores:  hun kinderen naar Amerikaanse universiteiten sturen, daar zelf een tweede huis hebben en ijverig geld en kennis exporteren naar de VS. En dan is er anno 2015 natuurlijk een heel grote groep Liberianen die niet meer eenvoudig een etiket kunnen worden opgeplakt van óf autochtoon óf Americo-Liberiaan.
De corruptie tiert welig door alle sociale lagen en etnische groepen heen. Buitenlandse bedrijven slepen natuurlijke hulpbronnen het land uit. Een gesloten groep van Libanezen heeft de harde economie in handen: supermarkten, autodealers, import van (elektronische) consumptiegoederen, hotels en woningen en kantoren die aan expats en internationale organisaties worden  verhuurd. En inderdaad, er is een machtige  elite die bij dit alles baat heeft. De o zo noodzakelijke  sociale ontwikkeling moet met al deze factoren rekening houden, en waar nodig harde correcties aanbrengen, maar kan alleen succesvol zijn als de focus gericht is op werk, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting voor het overgrote deel van de Liberianen – en daar samen met hen aan te werken.


zaterdag 7 maart 2015

Chinezen, Chiefs en de Europese Unie in het post-Ebola tijdperk

De laatste Ebola-patiënt in Liberia heeft deze week een Ebola Treatment Unit (ETU) verlaten, die was gelegen op het terrein van het nationale sportstadion in Monrovia. De ETU werd door de Chinezen gerund en dus was de Chinese ambassade vertegenwoordigd in de  persoon van Pang Hanzhao om de 59-jarige Beatrice Yardoldo uit te zwaaien, die 15 dagen was geobserveerd door een team van Chinese militaire artsen en Liberiaanse verpleegsters. Pang haalde volgens de Daily Observer een oud Chinees gezegde aan dat wie eenmaal een grote ramp heeft overleefd, voorbestemd is voor het eeuwige geluk, maar deze Oosterse wijsheid lijkt me niet besteed aan Liberianen die van de ene grote ramp (burgeroorlog) in de volgende (Ebola) terecht zijn gekomen. Realistisch voegde hij er dan ook aan toe dat China in het post-Ebola tijdsgewricht aanwezig zal zijn om aan het herstel van Liberia bij te dragen. Dat kan heel goed door de Liberiaanse overheid te leren hoe het over zijn eigen natuurlijke hulpbronnen kan beschikken, maar dat zei hij er niet bij.

De traditionele chiefs spreken zich uit tegen de tradities

In deze zelfde week kwamen in Bong County de traditionele chiefs van Liberia bijeen. Deze chiefs zijn in de vele dorpen die Liberia telt de ‘natuurlijke’ gezagsdragers die een grote invloed hebben op de dagelijkse gang van zaken. En aangezien de verspreiding van Ebola vooral werd gestimuleerd door onwetendheid en het gebruik van oude gebruiken, was het een goede zet van UNICEF om deze mannen en een enkele vrouw bijeen te halen. En dan vooral uit de provincies die grenzen aan de buurtlanden Guinee en Sierra Leone, waar de Ebola nog niet bedwongen is. 

Traditionele chiefs in Bong (Foto: Daily Observer)
De chiefs beloofden dat ze er op zullen toezien dat de doden niet meer worden gewassen, het eten van vlees uit het oerwoud (apen, vleermuizen) zal stoppen en er een eind komt aan Poro en Sande activiteiten. Deze laatstgenoemde zijn geheime genootschappen die met name (maar niet alleen) in afgelegen dorpen initiatierituelen en duistere machtsstructuren in stand houden, waar de (overigens uiterst zwakken en corrupte) justitie en politie geen enkele greep op (willen) hebben. Het waren mooie beloften van de chiefs, die ze hopelijk niet snel vergeten.

Papa God please help our leader

De president van Liberia, Ellen Johnson Sirleaf, was deze week in Brussel om een Ebola-conferentie bij te wonen over sociale en economische ontwikkeling in de landen die door de Ebola zijn getroffen. Op die conferentie werd bekend gemaakt dat de EU en de lidstaten tot nu toe samen 1,2 miljard euro hebben uitgetrokken om de Ebola-crisis in West-Afrika te bestrijden.
De Liberiaanse president was ook in Brussel voor de ondertekening van een vijfjarig programma dat de Europese Unie met Liberia gaat uitvoeren met als speerpunten: onderwijs, landbouw, goed bestuur en energie. Daarvoor stelt de EU 279 miljoen euro beschikbaar. 

EU-ambassadeur Tiina Intelmann (Foto: Daily Observer)
De  EU-ambassadeur in Liberia, de Estlandse  Tiina Intelmann, sprak de hoop uit dat deze cruciale prioriteiten in goede samenwerking met Liberia kunnen worden uitgevoerd om op korte en lange termijn bij te dragen aan herstel in Liberia. Op het  blog van de Daily Observer leidde dit bericht tot een wat ander geluid van een lezer: ‘Another money to liberia again papa God please help our leader and direct then, because money send by EU in the past has not benefit the liberian people.’
Deze lezer verwoordt wat velen in Liberia denken en veel internationale organisaties ook weten. De zwakke en corrupte overheid van Liberia kent vele strijkstokken en diepe zakken waar (uiteraard niet álle) hulpgelden in verdwijnen. De zwakte van de internationale hulp, hoe zeer die vaak terecht is gericht op skill building  en structurele verbeteringen, is dat er niet wordt samengewerkt in een krachtige anti-corruptie aanpak, Daarnaast is een gecoördineerde aanpak (afstemming, synergie, taakverdeling) noodzakelijk, die de Liberiaanse overheid geen andere keus biedt dan de levensomstandigheden van de grote massa te verbeteren. En om terug op die Chinees te komen: dat van die natuurlijke hulpbronnen geldt ook voor vele westerse landen en bedrijven.