zondag 27 september 2015

Gardiner Avenue: de straat waar ik woon



Laat ik, na ruim drie jaar bloggen over de wereld in Liberia (het parlement, de Ebola, de president, de corruptie, de natuur, mijn werk, de burgergroepen) eens iets schrijven over de straat waarin ik bijna drie jaar woon: de Gardiner Avenue. Deze onverharde, hobbelige straat ligt in Sinkor, de wijk van Monrovia die tegen het centrum van de stad aan ligt in een langgerekt rasterpatroon tussen de Atlantische Oceaan en de Mesurado Rivier. De langgerekte straten (ze worden allemaal avenues genoemd), die evenwijdig met de oceaan lopen, luisteren naar namen van Liberiaanse presidenten: Payne, Warner, Russell, Cheeseman, Coleman, Gibson. De drukste straat die de wijk in beide richtingen ontsluit, is genoemd naar de langstzittende president: William Tubman (1944-1971). 


Ik woon dus in de Gardiner Avenue, genoemd naar de 9de president van Liberia, Anthony Gardiner. Zijn presidentschap (1878-1883) werd  geteisterd door conflicten met Europese grootmachten als Engeland en Duitsland die vanuit Liberia omringende koloniën, gebiedsaanspraken in het toen enige onafhankelijke land van Afrika kracht bij zetten met oorlogsgeweld. Gardiner zou, ondanks deze strubbelingen,  het openbare onderwijs en de betrekkingen met de inlandse bevolking (ook hij was, zoals veel presidenten, in de VS geboren) sterk hebben verbeterd, dus de hobbelige zandweg die naar hem vernoemd is, is een wat mager eerbetoon.


Nu ik dit schrijf, met de deuren open naar het balkon, vanwaar de Atlantische oceaan 100 meter verder ligt te glinsteren, is het buiten lawaaiig. Aan de overkant wordt al jaren gewerkt aan drie flats die –gelukkig- achter elkaar worden gebouwd tussen mijn flatgebouw en de oceaan, zodat er nog volop zeezicht is. Dat bouwen gaat langzaam: praktisch alles gaat met man- en handkracht: het omhoog tillen van de bouwmaterialen, het lassen van hekken, het zagen van deuren. Een pruttelende generator geeft stroom aan een paar eenvoudige, elektrische gereedschappen. Het meeste constructiewerk vindt plaats op een groot rommelig terrein, naast de flat. Er werken niet heel veel mensen op de bouwplaats, misschien een stuk of twintig. Elke morgen beginnen ze tegen half acht met een ontbijt voor de poort van de bouwplaats, waar enkele vrouwen met grote plastic bakken rijst met saus verkopen: het gebruikelijke Liberiaanse ontbijt. Af en toe komt er een fourwheeldrive het terrein oprijden. Een paar Libanezen stappen uit om de voortgang der werkzaamheden te controleren. Zij zijn de eigenaren van het bouwwerk, en betalen de bouwkosten uit eigen zak. Er komt geen banklening aan te pas. Mede daardoor is  het bouwtempo traag: rentelasten van leningen spelen geen rol. En de lonen zijn laag: zo’n 80 dollar per maand. Als het gebouw is opgeleverd zullen de bouwkosten binnen drie tot vier jaar zijn terugverdiend.
’s Avonds rond zessen zit de werkdag er op. De werkweek bestaat uit zes dagen. Alleen de zondag is vrij. De dag des Heren.


Naast de bouwplaats ligt een kleine, witte kerk. Op zondag vindt hier een dienst plaats. Een stuk of dertig  mensen laten zich de oren wassen door een luidsprekende dominee, die, god mag weten waarom, een microfoon met boxen nodig heeft om zijn heilboodschap te laten landen. Af en toe roept hij zijn schapen op om toch vooral geld te geven. Zo’n 10% van het, veelal schamele, inkomen wordt geacht in de zakken van de voorganger neer te dalen. Het sterft dan ook in Monrovia van de kerken. Het moeten er vele honderden zijn. Eenmansbedrijfjes, gedreven door  ZZP’ers, die slechts één boek erkennen en daaruit hel en verdoemenis prediken. Regelmatig wordt en ook een lied aangeheven. Dan wordt het tijd om de balkondeuren te sluiten.


Naast de kerk ligt een voetbalveldje, achter de residentie van George Weah, de beste Afrikaanse voetballer van de 20ste eeuw. Ik heb er George nog nooit gezien, maar het voetbalveldje wordt gretig gebruikt door elftallen uit de buurt. Het veldje is ommuurd, maar achter één doel leidt een half dichtgemetseld poortje naar het strand; wel net zo handig want regelmatig wordt de bal hoog over het doel én de muur  geschoten. Er wordt fanatiek gevoetbald, soms is er een scheidsrechter en af en toe is er ook een toernooi van buurtelftallen. Overal zijn er in de stad van die kleine voetbalvelden. Er zijn verschillende soorten ‘wilde’ competities door de hele stad heen. De nationale voetbalbond heeft uiteraard ook een competitie, maar daar merk je weinig van. Het nationale elftal daarentegen is wel hot news als het speelt, zoals een paar weken geleden in de pre-pre kwalificatie voor het wereldkampioenschap in 2018. Er werd met 1-0 van Tunesië gewonnen. In de selectie zat een Liberiaanse speler van FC Oss: de 19-jarige Seku Conneh, wat de regionale pers haalde in Nederland. Vooral omdat hij wel eens oog-in-oog zou komen te staan met de ‘voormalige beste voetballer van de wereld’, George Weah dus.


Tegenover het huis van Weah ligt het Ministerie van Justitie. Twee lange tijd leegstaande flatgebouwen zijn twee jaar geleden als kantoorruimtes in gebruik genomen. Dat bracht leven in de brouwerij in de tot dan toe rustige straat. Auto’s rijden af en aan en straatverkopers proberen ambtenaren en de ondefinieerbare meute die altijd om elk kantoorgebouw in Monrovia hangt, hun etenswaar te slijten. Heel af en toe komt de minister of de president een kijkje nemen en dan is de opwinding voelbaar. Eén keer was er een demonstratie voor het gebouw vanwege de arrestatie van een van moord verdachte persoon, vanwege zijn schuld, of onschuld, want dat soort finesses blijven vaak in het duister hangen.


Eén keer werd ik overigens zelf bijna gearresteerd. Ik fietste om precies 6 uur ’s avonds langs het ministerie op weg naar huis. Een politieman –er is altijd politie aanwezig rond het ministerie- scheen iets te roepen, maar ik fietste door. De achtervolging werd rennend ingezet, en ik stopte. Ik had een ernstige overtreding begaan. Elke werkdag wordt ’s morgens en ’s avonds (om 6 uur) bij ieder overheidsgebouw de vlag gehesen, dan wel gestreken. Passanten worden dan geacht een minuut of zo halt te houden. Ik wist dat niet, maar ook toen de agent me tamelijk opgewonden voorhield ‘respect voor de vlag’ te hebben, kon ik niet nalaten op te merken dat tamelijk onzinnig te vinden. Respect voor een stuk katoen, dat gepromoveerd is tot heilig symbool van de natie.  Hij werd kwaad en beet me toe dat ik in mijn eigen land toch zeker wel zou stoppen. Ik moest hem teleurstellen en zei tegen hem dat in Nederland dit soort dagelijkse praktijken gelukkig niet voorkomen. Ja, eens per jaar op 4 mei, legde ik hem uit, en dat is heel terecht, maar ook genoeg. Hij liet me gaan.


Naast het ministerie ligt het huis waar ik met veel plezier in 2013/2014 heb gewoond. Daarnaast ligt Building Markets, een NGO die op allerlei manieren stimuleert dat alle organisaties, bedrijven instellingen enz. die  in Liberia actief zijn lokale producten en diensten afnemen.
En daarnaast woon ik dus sinds april, in het Lama-gebouw, dat langzaam verrees toen ik nog twee deuren verder woonde. De eigenaar is een Libanees die na oplevering spoorslags naar Libanon is vertrokken, de dagelijkse gang van zaken overlatend aan een vriendelijke, nauwelijks Engelssprekende landgenoot.





dinsdag 15 september 2015

Liberia verdrinkt in het Zwarte Goud

De National Oil Company of Liberia (NOCAL) is failliet. Er is geen geld meer in kas, hoewel er verleden jaar, volgens bronnen die het weten kunnen, nog 30 miljoen dollar op de bankrekening stond. NOCAL is een fenomeen in Liberia dat voortdurend in opspraak is. Ze is een paar jaar geleden opgericht toen er voor de kust van Liberia olievelden werden gevonden. Vanaf dat moment verkeert de elite van Liberia in een roes en worden de blikken wazig vanwege de vele dollartekens in de ogen. De NOCAL werd opgetuigd en er werden concessies voor eerste, nadere onderzoeken verleend aan de big boys van de olie-industrie zoals Chevron en Exxon. Daarmee werden enkele tientallen miljoenen dollars binnen gehaald. Daartegenover stond op  de staatbegrotingen van de laatste jaren een fors bedrag om de salarissen, auto’s en kantoren van de NOCAL te bekostigen, terwijl er nog geen druppel olie was geboord. Twee jaar geleden benoemde de president haar zoon Robert tot hoogste baas van de NOCAL. Harde kritiek van vele kanten viel haar ten deel, ze verdedigde zich met het argument dat ze haar zoon kon vertrouwen en formuleerde een eigen definitie van nepotisme: als je zoon bekwaam is mag je hem in een hoge overheidsfunctie benoemen. Er kwam een laag van directeuren, toezichthouders en managers tot wasdom. Experts vanuit het buitenland werden ingevlogen om te vertellen hoe uiteenlopende landen als Noorwegen, Azerbaijan en de VS met hun olierijkdom om sprongen.


 Wakkere parlementariërs

Intussen waren de parlementariërs ook wakker geschud en begonnen hun rol als wetgever op te eisen. Sommigen verwarden hun rol als volksvertegenwoordiger met die van oliemannetje. Zo beijverde een van de parlementariërs zich om het Russische Gazprom mee te laten spelen in de dans rond de olievelden, en wist een ontmoeting tussen Russen en de president, Ellen Johnson Sirleaf  te arrangeren. Volgens krantenberichten leidde dat echter tot niets, niet voor de Russen en, laten we dat goedgemutst aannemen, ook niet voor de parlementariër. Wat naar verluid wel geld voor parlementariërs opleverde was het aannemen van twee wetten die a) het verlenen van concessies aan oliebedrijven om voor de kust olievelden te exploiteren regelde en b) de structuur en werkwijze van  NOCAL vastlegde. 
Graphic uit FrontPageAfrica
 Het is alom bekend, maar nooit bewezen, dat de president regelmatig stemmen koopt van parlementariërs om een wetsvoorstel er door te krijgen. Het geldende tarief schijnt 15.000 dollar per stem te zijn. De NOCAL stelde ook 900.000 dollar aan het Huis van Afgevaardigden beschikbaar om eind 2014 in het land hoorzittingen te organiseren over beide genoemde wetsontwerpen. Dit onder het mom van het horen van de bevolking over dit zo belangrijke onderwerp. Dank zij de olie zou Liberia immers opstomen naar de divisie van ‘middeninkomen’ landen, waar het nu nog in de groep van armste vijf landen ter wereld vertoeft. Uiteraard werd deze ‘gift’ van 900.000 dollar zwaar bekritiseerd in kranten en door allerlei burgergroepen. Maar de parlementariërs aanvaardden het in dank met de redenering ‘nu gaan we doen wat al zo lang van ons wordt verlangd: we gaan naar de mensen luisteren’. Nadat er enkele hoorzittingen waren georganiseerd, ontstond er tussen de ‘honorables’ veel trammelant over de besteding van de gelden. De beschuldigingen dat er geld in eigen zakken was gestoken, vlogen over de vergadertafels. De ondervoorzitter van het Huis van Afgevaardigden werd gevraagd een rapport op te stellen. Bij de behandeling van dit rapport in een plenaire vergadering eisten enkele Kamerleden het vertrek van de voorzitter, die laakbaar zou hebben gehandeld. Dit leidde tot handgemeen en een chaos die door een camera werd vastgelegd; de video van dit schaamteloos optreden is hier (korte versie van 5 minuten) op YouTube te zien. (Klik hier voor 47 minuten Rebellion at the House of Reps.)
En dat was het dan; de kwestie is, zoals gebruikelijk in Liberia, nooit afgerond.

Robert Sirleaf
Moeder en zoon Sirleaf

Dat speelde zich allemaal ruim een half jaar geleden af. Er gingen toen ook al geruchten de ronde (Liberia is rijker aan geruchten dan aan olie) dat NOCAL op zwart zaad zou zitten. Dat werd uiteraard ontkend, maar toen in juli/augustus het personeel niet meer uitbetaald kon worden, viel het doek. Niet voor de eerste keer waren het actieve studentengroepen die openheid eisten. Zij eisten van president Johnson Sirleaf dat de directeuren en het topmanagement gearresteerd en ondervraagd zouden worden, inclusief haar zoon Robert. Deze had  verleden jaar zijn positie bij de NOCAL opgegeven, omdat hij kandidaat was voor de vrijkomende Senaatszetel in Montserrado, de dichtstbevolkte provincie van Liberia. Bij de Senaatsverkiezingen, in december 2014, werd hij verpletterend verslagen door oud-voetballer George Weah, de leider van de oppositionele Congress for Democratic Change. Achteraf beschouwd was dit een vlucht naar voren, en praktisch iedereen in Liberia, uitgezonderd zijn moeder, hoopt dat deze Robert de dans niet zal ontspringen. (De president luidde haar zoon bij NOCAL uit met de woorden ‘missie volbracht’, wat achteraf een bijzondere betekenis heeft gekregen.) Zo wisten de studentengroepen te vertellen dat de $700.000 die Robert had uitgetrokken om een voetbalteam te sponsoren, als een onderdeel van zijn verkiezingscampagne, uit de kas van NOCAL was gehaald.
Ook werd van de president geëist dat de Liberiaanse rekenkamer een onderzoek gaat instellen naar het (financiële) beleid van de NOCAL.

Actie plan

De president heeft gereageerd op de NOCAL-crisis met het voorstel om een Sustainable Action Plan (duurzaamheid is ook in Liberia een containerbegrip) op te stellen dat moet leiden tot een beheersing van de kosten en een aanzienlijke vermindering van het aantal functies aan de top van het bedrijf. De overblijvende top van het bedrijf zou op 50% van de tot dan geldende salarissen worden gezet en verplicht worden om daarover belasting te betalen. So far so good, maar haar mededeling dat de vertrekkende topman zijn  pensioen en wachtgeldregeling zou behouden, leidde uiteraard tot bergen van kritiek. De financiële teloorgang van NOCAL weet zij aan een ernstige terugval van inkomsten uit verlening van vergunningen aan oliemaatschappijen om voorbereidend onderzoek te doen. Die vergunningen waren in de jaren ervoor wel verleend, en hadden ook geld in het laatje gebracht, maar blijkbaar hadden de rekenmeesters van de Liberiaanse overheid gedacht dat deze incidentele inkomsten structureel elk jaar binnen zouden komen…

Verantwoordelijk

De oud-directeur van de Rekenkamer, John Morlu, onthulde in The News van 27 augustus dat hij na de eerste audit van de NOCAL, een paar jaar geleden, de president al had gewaarschuwd dat corruptie en wanbeleid bij de NOCAL aan de orde van de dag waren en dat op onregelmatige wijze oliecontracten werden gesloten. De president had dit echter weggewuifd met de opmerking dat de NOCAL te belangrijk was voor de economische ontwikkeling van het land om zich daar druk over te maken. Volgens Morlu zijn moeder en zoon Sirleaf verantwoordelijk voor het failliet van NOCAL en moet Robert maar eens uitleggen waar die 30 miljoen dollar zijn gebleven die ooit op de bankrekening stonden.
Ook andere gezaghebbende figuren, zoals oud-minister Kofi Woods, die in het voorjaar nog op uitnodiging van het Nederlandse parlement in Den Haag met een Kamercommissie over de Ebola-crisis heeft gesproken, meende dat de president volledig verantwoordelijk is voor het echec.
Inmiddels is de president aan het schuiven. Ze heeft nu, volgens de New Democrat van 9 september, de verantwoordelijkheid op zich genomen van het financiële drama. Fijntjes voegt de krant daar aan toe dat de president ‘and her family’ betrokken zijn bij ‘shifty oil negotiations’, dat een vorige topbestuurder van NOCAL onder ede heeft verklaard dat de president de stemmen van parlementariërs heeft gekocht en geweigerd heeft de ‘bribed tainted petroleum sharing contracts’ te ontbinden. De regering kondigde bovendien een ‘intern onderzoek’ aan, en meldde daarbij stoer dat de verantwoordelijken voor het financiële wanbeleid vervolgd zullen worden. Dat deze ferme uitspraak wat op gespannen voet staat  met de boetedoening van de president is een conclusie die je niet moet trekken. Voor de bühne meldt de president zich aan als eerst verantwoordelijke, maar anderen zullen hangen.

Graphic uit FrontPageAfrica
Senaat onderzoekt

En het parlement? Het Huis van Afgevaardigden houdt  zich tot nu toe tamelijk rustig. Normaliter zou er een stevig debat over het falen van de president worden gevoerd, onderzoeken en het rollen van koppen worden geëist. Maar niets van dat al. Wat het House  betreft is dat niet zo verwonderlijk, gezien het hierboven beschreven akkefietje met de ‘inspraak-gelden’. En de beschuldigingen dat er een aantal ‘geachte afgevaardigden’ meegegeten hebben uit de ooit zo rijk gevulde NOCAL-ruif.
Een senaatscommissie heeft wel een rapport over de kwestie afgeleverd, waarin, weliswaar als mosterd na de maaltijd, de staf wordt gebroken over de brede en dik verdienende toplaag van NOCAL. Aangedrongen wordt in dat rapport op een diepgaander onderzoek, wat dus inmiddels de president heeft aangekondigd.

Bij die hele NOCAL-kwestie moet ik vaak denken aan de verzuchting van een Kenyaanse collega een paar jaar gelden toen de eerste olieproefboringen gunstig uitpakten. ‘Hopelijk wordt het niets. De winning van olie leidt alleen maar tot corruptie en andere ellende.’

zaterdag 5 september 2015

Argumenten en actie met passie

Deze week was ik vier dagen upcountry in Gbarnga, de hoofdstad van Bong County, voor een training van activisten van de CSO coalition on Natural Resource Management (NRM). NRM is een van de Civil Society Organisations die wij in Liberia ondersteunen met trainingen, advies en geld. Om zo de maatschappelijke druk op het parlement te verhogen, opdat er meer aandacht en oplossingen -al is het maar een begin-  komen voor de problemen waar het overgrote deel van de Liberianen mee kampt: slecht onderwijs, grote werkloosheid, erbarmelijke, onhygiënische huisvesting. Volgens het laatste rapport van het Internationaal Monetair Fonds moet maar liefst 85% van de Liberianen zien rond te komen van welgeteld één dollar per dag. En dat terwijl het land gezegend is met natuurlijke rijkdommen als ijzererts, hout, palmolie, rubber, goud en –wellicht in de nabije toekomst- de zwarte variant: olie. Maar deze natuurlijke rijkdommen worden, veelal onder een laag van corruptie en wanbeleid, door middel van langjarige concessies weggegeven aan buitenlandse ondernemingen, die de grondstoffen het land uit brengen om het elders op de aardbol te verwerken. Deze concessies worden vaak slecht nageleefd, mede omdat er nauwelijks controle is van de overheid hierop. 

Rubberboom
Omringende communities van concessie gebieden worden vaak gouden bergen beloofd, maar uiteindelijk is het resultaat meestal dat zij hun vruchtbare gronden kwijt zijn, de beloofde werkgelegenheid niet overeenkomt met hun vaardigheden en beloofde voorzieningen als een school of een kliniek uiterst traag van de grond komen. Dus is het broodnodig dat mensen zich organiseren om een eind te maken aan deze praktijken en op te komen voor een eerlijk, sociaal en duurzaam gebruik van de natuurlijk hulpbronnen. Dat beoogt NRM en tijdens de driedaagse workshop trainden wij activisten van hun vier regionale platforms hoe daar aan bij te dragen.

Passie

De workshop vond plaats in hotel Passion, en dat was precies de gemoedstoestand van de activisten. Enthousiast  en met veel kennis van zaken hoe in hun regio met concessies wordt omgegaan, discussieerden zij over, en werkten in groepen aan, een analyse van de problemen en voorstellen hoe het beheer vaan de natuurlijke hulpbronnen verbeterd kan worden. Daarbij concentreerden zij zich op twee hoofdlijnen. Aan welke voorwaarden moeten concessie overeenkomsten voldoen, willen deze bijdragen aan de sociale ontwikkeling van het land en –de tweede hoofdlijn- welke institutionele veranderingen moeten er plaatsvinden om er voor te zorgen dat de papieren overeenkomst ook daadwerkelijk daartoe leidt.

Hotel Passion
Giftige relatie

Concessie overeenkomsten zijn hot issues in elk ontwikkelingsland. De politieke elite is er dol op. Het is een manier om snel geld te incasseren  van de meestal westerse ondernemingen die aan de slag willen om hun slag te slaan. Een deel van dat geld komt in de staatsbegroting terecht. Maar een ander, wellicht veel groter deel, verdwijnt in de zakken van corrupte politici, die in korte tijd steenrijk worden. Er is een lange lijst aan te leggen van deze lieden, die slechts in een enkel geval hun terechte straf niet ontlopen.
In de vele analyses die de ronde doen over de onderontwikkeling van Afrika scoort deze giftige relatie hoog. Vandaar dat goed bestuur hoog op de agenda staat, waarbij transparantie in de, wat ik gemakshalve de mijnsector noem, centraal staat.
En actieve burgergroepen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Zij hebben de lokale kennis, kunnen mensen organiseren en daarmee politici beïnvloeden, dan wel onder druk zetten. En dat is precies wat NDI en NRM, met ondersteuning van de Tanzaniaanse expert Amani Mhinda, proberen te doen. In de twee jaar dat wij nu samenwerken hebben we op vele manieren deze drieslag gemaakt. Om actie te kunnen voeren en te kunnen overtuigen moet je weten waar je over praat en een idee hebben wat er veranderd moet worden. En als je steun onder de bevolking  hebt georganiseerd en weet waar je het over hebt, kom je beter beslagen ten ijs om parlementariërs te bewegen hun verantwoordelijkheid te nemen.

Amani Mhinda legt uit.
Onderaannemers

De activisten van NRM bogen zich allereerst over de concessie overeenkomsten die in hun regio op dit moment gelden. Dan moet je denken aan uiteenlopende ‘winning’ activiteiten zoals ijzererts, palmolie, houtkap en rubber. Wat staat er op papier en wat komt er in de praktijk van terecht? Zijn er voldoende veiligheidsmaatregelen voor het personeel, is die school in het naburige dorp gebouwd, worden Liberiaanse werknemers geschoold, nemen onderaannemers ook de bepalingen in acht? Enzovoorts. Op grond van de bestaande praktijken werden aanbevelingen geformuleerd en bediscussieerd. Zoals: de tekst van de concessie overeenkomsten moeten voor eenieder beschikbaar zijn, het controleren van de uitvoering van de overeenkomst moet door de overheid veel beter georganiseerd worden door bureaucratie en stammenstrijd tussen ambtelijke diensten te slechten, een vast percentage van het concessiebedrag moet besteed worden aan sociale ontwikkeling van dorpsgemeenschappen die het concessie gebied omringen. Enzovoorts.

Vinger in de pap

Op dezelfde manier bediscussieerden de platforms de werkmethodes die  de overheid hanteert om het geld dat uit de concessies komt te besteden. Dat geld wordt voor een deel door de Liberiaanse regering doorgesluisd naar de 15 counties. Een county kent geen gekozen bestuur; er is een door de president aangestelde superintendent, die een klein ambtenarenapparaat aan stuurt. Verder hebben de ministeries hun eigen vestigingen in elk county. Maar bovenal, en dat is een grote doorn in het oog van velen, hebben de parlementariërs uit de county (Liberia kent het verfoeilijke districtenstelsel) een veel te grote vinger in de pap. Zo zit een parlementariër de jaarlijkse vergadering van de County Council voor die  het geld over de projecten verdeelt. De samenstelling van deze County Council vindt op uiterst dubieuze wijze plaats. De superintendent en de parlementariërs bepalen wie er in mag zitten wat leidt tot vriendjespolitiek en een voorkeur voor jaknikkers. Bovendien is er nog een strijd tussen de regering en het parlement gaande over wie er nu zeggenschap heeft. De regering heeft regels opgesteld voor de werkwijze, waarin geen rol voor parlementariërs is vastgelegd. Als reactie daarop hebben Huis en Senaat in eendracht besloten de jaarlijkse begrotingswet aan te vullen met wat bepalingen die hun positie in het verdelingsmechanisme moeten veilig stemmen.

Participanten bediscussiëren hun aanbevelingen
Sociale ontwikkeling

Het hoeft geen betoog dat tijdens de workshop deze situatie van alle kanten werd bekritiseerd. Evenals een groot aantal zaken, die hiermee samenhangen, zoals het niet publiceren van agenda’s en verslagen, de onduidelijke aanbestedingsprocedure van projecten waarbij corruptie hoogtij viert, het financieren van projecten die weinig met sociale ontwikkeling te maken hebben (kantoren en auto’s voor ambtenaren), de gebrekkige monitoring van in uitvoering zijnde projecten. Enzovoorts. De aanbevelingen spruiten vrij logisch voort uit deze terechte kritiekpunten.
Het resultaat van de workshop zal een passievol  policy paper zijn die misstanden analyseert en  aanbevelingen doet. Maar papier is geduldig. Na de bijeenkomst in Gbarnga keren de activisten terug naar hun regio en zullen aan de slag gaan om steun te verwerven voor de veranderingen die zij bepleiten. Veranderingen die alle gericht zullen zijn op transparantie, ontbureaucratisering, meer invloed van de bevolking en bovenal bij zullen dragen aan de zo broodnodige sociale ontwikkeling.

De gebruikelijke 'familiefoto' na afloop van de workshop.