vrijdag 13 oktober 2017

De uitslagen druppelen binnen

De verkiezingen in Liberia zitten er op. Althans de eerste ronde voor wat de president betreft. De eerste uitslagen zijn gisteren bekend gemaakt, nadat ongeveer 25-30% van de stemmen is geteld. Voetballegende George Weah gaat fors op kop met 40%, maar het ziet er niet naar uit dat hij de benodigde 50%+1 zal halen. En dan is er een tweede ronde nodig die begin november wordt gehouden tussen Weah en de huidige vicepresident Joseph Boakai, die op 31% staat. Daarover kan geen misverstand bestaan. De nummer drie staat daar ver achter: dat wordt Alexander Cummings  (6,7% - ANC) of Charles Brumskine (9,3% - LP).
De strijd om de 73 parlementszetels wordt wel in één ronde beslecht.


Forse rijen ’s morgens vroeg

De stemlokalen gingen dinsdag 10 oktober om 8 uur open. Ik observeerde samen met een provinciale parlementsvoorzitter uit Nigeria zo’n 15 stembureaus in Monrovia. Om half 6 ’s morgens meldden we ons bij de Wroto Town God of Mercy School, waar toch zeker al zo’n 200 mensen in de rij stonden te wachten. Later hoorden we dat overal in het land kiezers al uren van tevoren zich meldden bij de stemlokalen, bang als ze waren anders niet aan beurt te komen. De hele dag door zouden we forse rijen zien, vanwege het simpele feit dat er 6 of 8 stembureaus in één school zijn. Per stembureau zijn er maximaal 500 kiezers geregistreerd. Maar omdat er geen duidelijke bewegwijzering is, moest iedereen op zoek naar het juiste schoollokaal, wat in de meeste gevallen chaotisch verliep.


Stemmen is een serieuze zaak

In de stemlokalen zelf heersten veelal orde en rust, aangezien de kiezers druppelsgewijs werden binnengelaten. Daar ontmoetten zij de waakzame blikken van zo’n 10 party-agents en een enkele lokale of internationale waarnemer. Die party-agents zitten er de hele dag om alles in de gaten te houden namens hun partij of (onafhankelijke) kandidaat. In ongeveer 3000 van de ruim 5000 stemlokalen zit de hele dag een neutrale waarnemer van een van de twee Liberiaanse burgergroepen die in hierin zijn gespecialiseerd. En dan zijn er nog de internationale waarnemers, die van stembureau naar stembureau gaan. Naast NDI waren dat waarnemers van de Europese Unie, de Afrikaanse Unie, ECOWAS (een samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen en het Carter Centre.
Het stemmen is voor Liberianen een serieuze zaak. Velen staan uren in de rij in een felle zon, maar hebben dat ervoor over. Voor een belangrijk deel wordt dat ingegeven door hoop. Hoop op goed onderwijs, elektriciteit, schoon water, een dokter. En op voortzetting van de vrede, want de verschrikkingen van de burgeroorlog zijn nog niet vergeten.
Als je dat afzet tegen wat ‘de politiek’  de laatste 12 jaar heeft ‘geleverd’ is die hoop bewonderenswaardig. Of wellicht naïef? Of is het een teken van een groeiend bewustzijn dat politici zich meer een meer moeten verantwoorden omdat, ook langzamerhand in Liberia, sociale media en actieve burgergroepen hen in de gaten houden?
Verrassend was dat praktische alle stembureaus bemenst werden door veelal goed getrainde jongeren. Het opzoeken van de naam in de kiezerslijst, het controleren van de foto op de kiezerskaart, het stempelen en uitreiken van de twee stembiljetten, het inkten van de duim voor dat de biljetten in de twee stembussen worden gegooid: bij al deze stappen was een behulpzaam stembureau lid aanwezig.


Zaklantaarns

Om 6 uur gingen de stembussen dicht. Wie in de rij stond, mocht uiteraard nog stemmen. Daarna werden de stembussen geleegd en begon het tellen, dat met allerlei complexe procedures is ingesnoerd om elke beschuldiging van fraude uit te sluiten. Uiteraard weer onder het wakend oog van agenten en waarnemers. De duisternis valt altijd vroeg in, zo rond halfzeven. Omdat verreweg in de meeste scholen geen elektriciteit is, werden zaklantaarns aangeknipt. Zo ook in het stembureau dat ik had uitgekozen. Daar stond geen rij, dus het tellen kon snel beginnen. Helaas klopte het aantal biljetten in de stembus niet met het aantal dat erin zou moeten zitten (ik zal de lezer de details van het ingewikkelde tellen der stemmen besparen), dus moest er opnieuw worden geteld. Daarna moesten de biljetten per kandidaat worden gegroepeerd en omdat het twee verkiezingen betrof, gold voor de tweede stembus dezelfde procedure. Kort en goed: om twee uur ’s nachts was alles geteld, geregistreerd en weer verzegeld.   

De uitslagen worden geprojecteerd en voorgelezen
1700 keer hardop voorlezen 

Televisie is er niet in Liberia. Buitengekomen, stond er een groepje mensen samen naar het Liberia Broadcast System, de staatsradio, te luisteren die af en toe de uitslag van een stembureau wist te melden. De stemmen van elk stembureau worden eerst per provincie op één plek verzameld.  Daar worden ze per stembureau hardop voorgelezen. Opnieuw zijn hier waarnemers en agenten bij aanwezig. De uitslag wordt publiekelijk vastgesteld en doorgegeven aan het nationale hoofdkwartier van de kiesraad. In Montserrado, de provincie met de hoofdstad Monrovia, zijn zo’n 1700 stembureaus. Dus 1700 keer moet deze procedure van hardop voorlezen en definitief vaststellen worden doorlopen. Dat gebeurt in drie zalen van het nationale voetbalstadion en neemt vier tot vijf dagen in beslag. Ik ben daar voor een deel bij aanwezig in dit Walhalla van de verkiezingsresultaten.
Die uitslagen druppelen nu dus binnen en elke dag geeft de kiesraad op zijn website een update van de tussenstand: het Progressive Tally Report. De definitieve uitslag wordt eind volgende week verwacht.




zondag 8 oktober 2017

Vreedzaam geschoten beren

De Liberiaanse politieke partijen liggen bijna uitgeput tegen de touwen. In een laatste krachtsinspanning is er deze week nog alles uit de kast gehaald om de kiezers a.s. dinsdag mee te krijgen. Duizenden supporters van het Alternative National Congress, de Unity Party, de Coalition for Democratic Change en de Liberty Party trokken gescheiden door de straten van Monrovia of  verzamelden zich rond het eigen hoofdkwartier. Ik bezocht gisteren de bijeenkomst van de regerende Unity Party waar zeker zo’n 8.000 mensen bijeen waren om te dansen, te eten, te drinken en ook wel om naar wat sprekers te luisteren, al leek dat laatste toch de minst interessante bezigheid. Begrijpelijk, want er wordt weinig origineels te berde gebracht.


In haar persbericht liep de UP zelfverzekerd op de zaken vooruit ‘The UP is going to climax its campaign with a massive "Pre-Victory and Thanksgiving Program" on Saturday, October 7, 2017 at the National Headquarters in Congo Town. The event will be characterized by celebratory performances from Liberian secular and gospel artists; short words of exhortation and prayer to be offered by Christian and Muslim clerics; and of course speeches, the most significant being the Campaign Closing Address by the UP Standard Bearer H.E Joseph Nyuma Boakai.’


Hoewel er geen beren in Liberia rondlopen, worden de huiden al volop verkocht voor ze geschoten zijn. De Standard Bearer (lange tijd dacht ik dat deze term iets met beren te maken had…) is de man die 12 jaar een weinigzeggende vicepresident was onder partijgenoot Ellen Johnson Sirleaf: Joseph Boakai. Hij is bovendien al in de 70. Dat neemt niet weg dat er op zijn partijtjes altijd veel jonge meiden in een T-shirt met zijn beeltenis rondlopen. Zeker nadat president Sirleaf heeft aangekondigd dat het tijd wordt voor een generatiewisseling – en zij weigert haar steun voor hem uit te spreken- heeft de UP  meer geld uitgetrokken om Uncle Joe, zoals hij vaak liefkozend wordt genoemd, een jeugdig image te geven.


De UP had eigenlijk een parade willen houden door het centrum van Monrovia, maar dat werd verboden, omdat het ANC hetzelfde wilde doen. En aangezien zij eerder hun aanvraag op het bureau van de kiesraad dumpten, kregen zij de toestemming. Dat was even slikken voor de UP, die als regerende partij er van verdacht wordt alles naar hun hand te kunnen zetten, maar dat werd nu toch gelogenstraft.
Dat maakte het des te bijzonderder wat er buiten het festivalterrein gebeurde. Passerende ANC-aanhangers, die terugkwamen van hun partijbijeenkomst in het centrum, werden toegejuicht en samen maakten de partisans menig vreugdedansje.
Laten we hopen dat dit een voorbode is van wat op ieders lippen ligt bestorven: ‘we want peaceful elections’.

Links UP aanhangers en rechts supporters van het ANC

 







zondag 1 oktober 2017

Jullie stemmen met een potlood!

Hoewel Liberia maar een klein land is aan de westkust van Afrika met ruim 4 miljoen inwoners, trekken de komende parlements- en presidentsverkiezingen toch internationale aandacht. Dat heeft verschillende redenen. De Verenigde Naties heeft veel peacekeepers vanaf 2004 tot 2015 in het land gestationeerd. Geruime tijd was het de grootste vredesmissie ter wereld. De VN heeft ook veel geld gestoken in ontwikkelingsprojecten, evenals de VS, de EU en de Scandinavische landen. De beide burgeroorlogen tussen 1990 en 2003, die het land praktisch geruïneerd hebben, zijn nog aanwezig in de hoofden en harten van veel Liberianen, en de sporen zijn nog dagelijks zichtbaar in verwoeste gebouwen, slechte wegen en uiterst gebrekkige nutsvoorzieningen. De warlord/ex-president Charles Taylor is in Den Haag door het Sierra Leone tribunaal veroordeeld tot 50 jaar cel, die hij in Engeland uitzit. Ellen Johnson Sirleaf, president vanaf 2006, is het eerste, direct gekozen, vrouwelijk staatshoofd van Afrika, die opgevolgd zal worden door hoogstwaarschijnlijk een man. Een van de kanshebbers is oud-wereldvoetballer George Weah, zijn running mate is de ex van Charles Taylor. De vrede wordt alom als fragiel beschouwd. Afrika heeft een ruime ervaring met turbulent verlopende verkiezingen. En dan is er nog de wereldpolitiek. Liberia ligt weliswaar in Sub-Sahara Afrika, maar de eerste bootvluchtelingen uit Liberia zijn al gesignaleerd aan de Middellandse Zeekust, de fundamentalistische Islam rukt op in het noordelijke deel van Sub-Sahara en China roert zich stevig in Liberia.


Waarnemersmissies

Dit alles bij elkaar leidt ertoe dat in het Amerikaanse Congres, in de Veiligheidsraad van de VN en in allerlei internationale media aandacht is voor deze verkiezingen, waarvan iedereen hoopt dat ze vreedzaam zullen verlopen. Maar dat niet alleen. Ze moeten ook politici opleveren die de interne vrede weten te bewaren, de corruptie uitroeien en de massa van de Liberianen beter onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting bieden. Want daarin heeft de regering Johnson-Sirleaf twaalf jaar lang hopeloos gefaald.
Naast de internationale verkiezingswaarnemersmissie van NDI waar ik deel van uit maak, zijn er ook waarnemersmissies van de Europese Unie, de Amerikaanse ambassade, de Afrikaanse Unie, ECOWAS (een samenwerkingsverband van West-Afrikaanse landen) en het Carter Center. Zij hebben Long Term Observers, zoals ik, die een paar maanden in het land zijn om alle voorbereidingen van de nationale kiesraad, de politieke partijen, de kandidaten, media en burgergroepen te volgen. Daarnaast sturen zij op de verkiezingsdag (10 oktober) bij elkaar een paar honderd Short Term Observers het land in die in stembureaus de gang van zaken observeren. Verder zijn er twee coalities van Liberiaanse burgergroepen die samen zo’n 3000 lokale waarnemers hebben.

Een kandidaat wijst op het stembiljet waar zijn naam staat, zodat
dorpsbewoners weten  waar ze een kruisje moeten zetten
Partij-agenten

Tenslotte zullen talrijke ‘partij-agenten’ de stemlokalen bevolken, want iedere kandidaat wil er zeker van zijn dat er niet met de uitslag wordt gesjoemeld. Voor zover hij of zij dat kan betalen, want die agenten doen het niet voor niets. De grote partijen die meedingen naar het presidentschap zullen in ieder stemlokaal aanwezig zijn. De grootste oppositiepartij, de Coalition for Democratic Change van George Weah, heeft al verklaard de overwinning te zullen uitroepen op de avond van de verkiezingen, als al hun partij-agenten met een telefoontje naar het partijkantoor de uitslag van hun stembureau hebben doorgebeld. Een typisch staaltje van politieke powerplay, waar andere partijen en de nationale kiesraad tegen hebben geprotesteerd. Het is de retoriek van de zelfverzekerdheid te zullen winnen, en als dat niet gebeurt, van fraude te spreken. Wat dat betreft ging Donald Trump hen voor, die voor de verkiezingen zei de uitslag te zullen accepteren ‘if I win’.

Vrouw kijkt op de lijst van stembureauleden om te weten of ze geselecteerd is.
Aanbevelingen

Die internationale waarnemersmissies geven ook verklaringen uit over hun bevindingen. Sommigen doen dat al voor de verkiezingen op grond van de observaties van hun Long Term Observers, zoals NDI en het Carter Center. In zo’n verklaring worden allerlei aanbevelingen gedaan aan de kiesraad, de politieke partijen, de media, de politie en andere stekhouders die ertoe moeten leiden dat de verkiezingen vrij, eerlijk en geloofwaardig verlopen. Zoals zero tolerance voor geweld, het tijdig trainen van stembureau leden en, waar het de media betreft, een duidelijk, herkenbaar onderscheid tussen redactionele artikelen en door de partijen betaalde mooie verhalen.
Na de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, die er zeker zal komen, worden definitieve verklaringen door de waarnemersmissies uitgegeven. Daarin zullen de bevindingen over het verloop van de campagne en de verkiezingsdag zelf aan de orde komen, alsmede wederom aanbevelingen hoe de volgende keer de zaken nog beter aangepakt kunnen worden. Dit mag allemaal nogal belerend overkomen, maar bedacht moet worden dat een land als Liberia zichzelf heeft gecommitteerd via eigen wetgeving en internationale verdragen aan een democratisch verkiezingsproces. De waarnemers zijn er dan ook op uitnodiging van de Liberiaanse regering om op deze wijze hieraan bij te dragen. Natuurlijk kan niet ontkend worden dat Liberia, dat sterk afhankelijk is van internationale hulp, weinig ruimte heeft om waarnemersmissies te weigeren. Maar mijn ervaring na talloze gesprekken met kandidaten, parlementsleden, stembureauvoorzitters, journalisten, ambtenaren van de kiesraad en ‘gewone’ Liberianen is dat die internationale betrokkenheid enorm wordt gewaardeerd.


Jullie stemmen met een potlood!

Bovendien snijdt het mes aan twee kanten. Sinds een aantal jaren moet een kiezer zich in Nederland legitimeren, en is het stemmen bij volmacht beperkt tot twee volmacht stemmen. Dit komt omdat Eerste- en Tweede Kamerleden die waarnemer waren, zoals ik, in de schizofrene situatie kwamen als waarnemer iets te moeten bepleiten, zoals identificatieplicht, wat in eigen land ontbrak. Dat leidde tot verandering van de kieswet in Nederland. 
Zo zal ik niet licht vergeten dat ik als leider van de waarnemersmissie van de Raad van Europa om de tafel zat met de toenmalige president van Armenië, Robert Kotsjarian, en met hem waarborgen besprak om fraude bij het tellen van de stemmen te voorkomen. ‘Platvoet’, zei hij, ‘jij komt toch uit Nederland? Daar kan bij het tellen ieder kruisje uitgegomd worden en achter een andere naam worden gezet. Jullie stemmen met een potlood!‘

zaterdag 23 september 2017

De zoon van een marktkoopvrouw for president

Het volgen van een verkiezingscampagne in Liberia is in vele opzichten een belevenis. Allereerst de zichtbaarheid. Het land is volgeplakt met affiches. Overal hangen ze: van de hoofdstad Monrovia tot in een gehucht aan een zanderige weg in het oerwoud. In alle soorten en maten, van enorme billboards tot A4-tjes. En vaak van meerdere partijen tegelijk op de lemen muur van een huis of op een golfplaten schutting. Het persoonlijke is in Liberia méér dan politiek. Het portret van de kandidaat springt eruit. Bij de presidentskandidaten staat ook de metgezel voor het vicepresidentschap meestal prominent afgebeeld. De tribale herkomst speelt een belangrijke rol. De meeste kandidaten hebben daar bij hun keuze voor een running mate mee rekening gehouden en die moet natuurlijk worden getoond. De districtskandidaten voor het Huis van Afgevaardigden doen op hun affiche meestal enkele beloften zoals Hannah Slocum, ‘a mother with vision’. Zij pleit o.a. voor ‘good governance, good health services for all, peace, economic & development!!!’.


Goedbetaalde parlementariërs

De presidentskandidaten pakken het grootst uit, de kandidaten voor het Huis doen het meestal wat rustiger aan. De meesten beschikken over een bescheiden campagnebudget. Vooral de vrouwelijke kandidaten klagen daarover.  Daar komt bij dat ze hun partij én de Nationale Verkiezings Commissie uit eigen zak een registratiebijdrage hebben betaald, samen een bedrag van rond de $1000.
Alleen de zittende parlementariërs die herkozen willen worden hebben, tot ongenoegen van de overige kandidaten, meer geld ter beschikking. Geen wonder als je, in dit straatarme land, tot de bestbetaalde parlementariërs ter wereld behoort. Een lid van het Huis krijgt per jaar aan salaris en onkostenvergoedingen ruim $200.000, een senator moet het met iets minder doen: ruim $190.000. Dat inkomen was lange tijd min of meer onbekend, sommige politici hadden zelfs de smoes dat het geheim zou zijn. Onzin natuurlijk, het staat gewoon in de staatsbegroting. Sinds het Institute for Research and Democratic Development het op zijn website heeft gepubliceerd, is dat hoge inkomen een steeds grotere rol gaan spelen. In elk debat of radioprogramma komt het wel aan de orde. En verklaren vele kandidaten (ook die voor het presidentschap) dat het minder moet. Sommigen, zoals presidentskandidaat Cummings (ANC), pleiten voor halvering.

Volop radiodebatten

De radio is het belangrijkste medium in Liberia. Er zijn rond de 100 radiostations, die allemaal politieke praatprogramma’s hebben. De nationale stations vooral over de presidentsverkiezingen en de vele community radiostations laten de districtskandidaten voor het Huis aan het woord. Daarbij wordt driftig ingebeld door luisteraars, die meestal geen blad voor de mond nemen. Soms hoor je ook een monoloog van of een kritiekloos interview met een kandidaat. Dat is dan paid airtime, wat in Liberia de gewoonste zaak van de wereld is. Uurtarieven variëren van $60 tot $120. Voor datzelfde geld koop je ook een halve, zo op het oog redactionele, pagina in een krant, waarin je kunt uitpakken tegen een kandidaat. Kranten hebben kleine oplagen (tussen de 3000 en 5000), maar zijn vaak weer een bron voor de veel beluisterde radioprogramma’s.

De weg naar Tahn

Er worden in ieder van de 73 kiesdistricten radiodebatten tussen de kandidaten georganiseerd door landelijke mediaorganisaties, gesponsord door internationale donoren.  Alle kandidaten worden uitgenodigd en vaak vindt zo’n debat in twee panels plaats, omdat het moeilijk debatteren is met 16 kandidaten. Ik heb enkele van die debatten bijgewoond. Zoals verleden week in de provincie Grand Cape Mount, in Tahn, een dorp dat je na drie uur rijden over een bijna onbegaanbaar oerwoudpad bereikt. Er waren zeker 300 mensen uitgelopen om hun kandidaten te aanschouwen. Het ging er levendig aan toe, al was het meer een vraag en antwoord gebeuren dan een onderling debat. De verkiezingsbeloften gingen à la Rutte met miljoenen over tafel, zonder dat iemand zich afvroeg hoe dat allemaal betaald kon worden. Veel kandidaten nemen aan zo’n debat deel, maar de zittende parlementariër schittert vaak door afwezigheid. Soms omdat het werk in het parlement gewoon door gaat. Maar soms ook uit arrogantie, zoals een van hen zijn afwezigheid aan de organisatoren verklaarde: ‘Ik heb de afgelopen jaren veel gedaan voor mijn district, en de mensen weten dat’.

Publiek in Tahn
De zoon van een marktkoopvrouw

Een zeer bijzondere campagneactiviteit is de rally. Kandidaten reizen door het district of het land in een karavaan(tje) en houden stil in dorpen en stadjes. Nu kennen wij in Nederland ook wel het beeld van de lijsttrekker die in een kleurig partij-jack wat schutterig op een winderig stadsplein wat folders staat uit te delen, maar in Liberia is het andere koek. Ik was getuige van de binnenkomst van presidentskandidaat Mills Jones in Buchanan, de hoofdplaats van de provincie Grand Bassa. Mills Jones hoort bij ‘de grote zes’ van deze verkiezingen, maar hij is volgens mij kansloos om bij de hoogste twee te eindigen, die door gaan naar de 2de ronde.
Mills Jones, zoon van een marktkoopvrouw, is de voormalige directeur van de Centrale Bank van Liberia en heeft in die functie vooral furore gemaakt om micro-kredieten aan marktkoopvrouwen te verstrekken. Ruim een jaar geleden heeft hij een partij opgericht, MOVEE (MOvement for Economic Empowerment), die een goede landelijke dekking heeft: in 62 van de 73 kiesdistricten wordt een, veelal onervaren, kandidaat geleverd.


Muziek en dans

Hij zou tussen 12 en 1 uur aankomen. Langzaam maar zeker verzamelden zich honderden mensen langs de enige geasfalteerde weg die Buchanan met Monrovia verbindt. Velen stonden met een spandoek om hem te verwelkomen. Er werd gedanst en muziek gemaakt. Twee districtskandidaten van andere partijen waren zo slim om met hun auto door de mensenmassa te rijden en werden luid toegejuicht. Om een uur of 3 arriveerde hij. Zijn auto werd omstuwd, jongens klommen op de motorkap. Hij stapte uit en in een optocht wandelde hij met zijn aanhangers naar een kerk. Daar schalde forse discomuziek en er waren wat  stichtelijke woorden van een dominee. Mills Jones hield met zijn sonore, zware stem een tamelijk saaie speech van 45 minuten. Daarna was het de beurt aan de plaatselijke MOVEE-kandidaat die kort en krachtig, onder luid gejuich, een aansprekender verhaal hield dan zijn vaandeldrager.

De aankomst van Mills Jones
Mills Jones bleek in hetzelfde, tamelijk eenvoudige, hotel te slapen als mijn team. Hij was moe. Begrijpelijk. Tien weken campagne voeren in de 15 provincies, reizen over slechte wegen en een speech in elk dorp dat je passeert gaat je niet in de koude kleren zitten. En hij is niet meer de jongste, zo rond de 60 schat ik.
De volgende ochtend was ontluisterend en veelzeggend. Al vroeg stond een groep vrouwen en een groep jongens, die ook de vorige dag bij het onthaal dansten, voor het hotel. Een hoop kabaal, trommels en wederom dans. Na een tijdje kwam Mills Jones naar beneden. Hij bleef zeker 20 minuten in het hotel voor de glazen deur staan, keek naar buiten en bromde dat dit toch niet zijn kiezers waren. Zijn auto kwam voorrijden en hij stapte in, zonder een woord tot zijn vermeende supporters te spreken. Hij draaide zijn raampje open en wierp een briefje van $50 naar de jongens. De vrouwen kregen niets. Onmiddellijk ontstond er een vechtpartij; de gelukkige vinder zette het op een lopen, woedend gevolgd door de anderen. Jones reed snel weg. Het tafereel was weliswaar een movement for economic empowerment, maar toch anders dan hij zijn kiezers voorhoudt.
Mills Jones, midden met bril

zondag 17 september 2017

Laat het sneeuwen in Liberia

Iedere provincie in Liberia is opgedeeld in kiesdistricten. Zo’n district levert een parlementslid, die gekozen wordt in één ronde. Er zijn districten waar in 2011 de ‘volksvertegenwoordiger’ met 12% van de stemmen is gekozen, omdat er wel 20 kandidaten waren. Wat dat met democratie te maken heeft, begrijp ik nog steeds niet.
Provincies met veel bewoners hebben meer kiesdistricten dan dunbevolkte provincies, maar een proportionele verhouding is ver te zoeken. Zo heeft Montserrado, waarin de hoofdstad Monrovia ligt, 17 kiesdistricten met ruim 777.000 geregistreerde kiezers, dus gemiddeld zo’n 45.000 kiezers per district. In Bomi zijn er ruim 61.000 kiezers geregistreerd in de drie districten. Dat is ruim 20.000 kiezers per district.  Wat dat met democratie te maken heeft, begrijp ik nog steeds niet.

Edwin Snowe
Twee domicilies

In district 1 van Bomi strijden 6 kandidaten om de zetel. Een van hen is Edwin Snowe, die sinds 2005 in het Huis van Afgevaardigden zit voor een kiesdistrict uit Monrovia. Hij heeft echter een plantage in Bomi met een huis, en voldeed aan de voorwaarde die de kieswet stelt dat je als kandidaat één jaar voor de verkiezingen in het betreffende kiesdistrict moet wonen. Maar moet een eenmaal gekozen kandidaat niet in zijn of haar kiesdistrict blijven wonen? En kun je dus als zittend kamerlid wel meedoen aan verkiezingen in een ander district? Over deze kwestie is veel te doen geweest. (Zie ook mijn blog van 8 augustus.) Het kamerlid dat nu district 1 in Bomi vertegenwoordigt, en zijn zetel verdedigt, was ‘not amused’ en maakte bezwaar bij de nationale kiesraad, evenals eens senator van Bomi. Hun argument was: een volksvertegenwoordiger moet ‘domicilie’ hebben in het district dat hem heeft gekozen. En aangezien je niet in twee districten tegelijk ‘domicilie’ kunt hebben, was de registratie van Snowe in Bomi ongeldig. De kiescommissie gaf hen geen gelijk. Beiden gingen in beroep bij de Hoge Raad. Ook daar werd hun beroep afgewezen met het simpele argument dat geen wet in Liberia voorschrijft dat een gekozen volksvertegenwoordiger domicilie in zijn kiesdistrict moet hebben.

Triomfator

Snowe kan dus meedingen naar die zetel in Bomi. Nu is Snowe geen gemiddelde kandidaat. Hij is rijk, en wordt gezien als gezaghebbend in de regerende Unity Party. Velen zien hem als een toekomstige presidentskandidaat. Hij was al volop campagne aan het voeren in Bomi, terwijl zijn kandidatuur werd betwist. Tubmanburg, de hoofdstad van Bomi, hing vol met affiches, zijn goed geoutilleerde partijkantoor is in de hoofdstraat en hij heeft een eigen radiostation, Radio Pumah, dat een gloednieuw kantoor op zijn farm heeft.


De overwinning van Snowe werd afgelopen zondag groots gevierd in Tubmanburg. Het halve kiesdistrict was uitgelopen om hem als een triomfator binnen te halen. De schattingen lopen, zoals altijd, fors uiteen van vele honderden tot 10.000 mensen. Voor de politie waren het ‘too many to handle’. Er was een gospelkoor en een pastoor en een imam hielden een preek.

Levende kip

De volgende dag togen wij naar zijn farm. Er waren zeker honderd mensen rondom zijn huis, die geduldig wachtten tot hij even tijd voor ze had. Sommigen hadden een geschenk bij zich, zoals een levende kip in een dichtgebonden plastic zak. De kip vond dat niet fijn en ging er bijna met zak en al vandoor. Hij liet zich niet zien, maar ’s middags spraken we hem in het ‘West End Restaurant’ in Tubmanburg. Hij verdedigde zich uitgebreid voor zijn overstap. Hij was vorig jaar door duizenden kiezers uit Bomi met een petitie gevraagd om zich kandidaat te stellen. Daarna overlegde hij met allerlei mensen uit zijn kiesdistrict in Monrovia en kreeg het groene licht van zijn partij. Als hij nou door zijn kiezers in Monrovia was gevraagd om te blijven, had hij dat zeker overwogen. Maar dat is niet gebeurd. (Hij behaalde overigens wel een verbazingwekkende 51% in 2011.) En hij somde uitgebreid al het goede op dat hij deed voor de ontwikkeling van Bomi: schoolgeld betalen voor studenten, een generator voor de moskee, werkverschaffing op zijn palmolieplantage. Snowe is inderdaad vrijgevig. Ik herinnerde hem eraan dat ik met verbazing had aanschouwd, toen NDI in 2014 een workshop organiseerde voor parlementariërs over de staatsbegroting, hoe hij zijn 72 collega’s een iPad cadeau deed. Zij hieven de slogan ‘Let it Snowe’ aan, wat nu zijn verkiezingsleuze is.


 Charles Taylor

Snowe maakte als jongeman deel uit van de entourage van Charles Taylor in het begin van de jaren ’90 en was getrouwd met een dochter van deze warlord/president, die nu een straf van 50 jaar uitzit in een Engelse gevangenis. De ex-vrouw van Taylor (niet de moeder van Snowe’s  ex-vrouw) is nu de vicepresident kandidaat voor de oppositionele Coalition for Democratic Change, met ex-wereldvoetballer George Weah als presidentskandidaat. Door velen wordt de hand van Charles Taylor achter deze coalitie gezien, wat o.a. door de Unity Party van Snowe heftig is bekritiseerd. Hij was het daar mee eens en zou het een ramp vinden als Charles Taylor weer achter de schermen invloed zou kunnen uitoefenen. Hij zei bezig te zijn met schrijven van een boek  over zijn tijd met Taylor.

Overigens: Snowe staat op de lijst van ‘individuals responsible for committing economic crimes’ van de Truth and Reconciliation Commission die na de burgeroorlog aan de slag ging om alle begane wandaden in kaart te brengen. Hij werd, met vele anderen, aanbevolen om vervolgd te worden. Wat nooit gebeurde. Ik ben benieuwd naar dat boek.
(De website van de Truth and Reconciliation Commission schijnt uit de lucht te te zijn, maar het rapport is hier te vinden.)

zaterdag 9 september 2017

Gegrilde vis in afgelegen River Cess

Deze week op naar River Cess, een van de grootste provincies van Liberia qua oppervlakte (5.600 km2), maar dunbevolkt (ca 75.000 inw.). Een paar weken geleden lukte het niet vanwege de enorme regenval die zoveel modder veroorzaakte op de enige, onverharde verbindingsweg vanaf Buchanan, dat een tiental vrachtwagen erin vastgelopen waren en er geen doorkomen aan was. Nu ging het wel, zij het dat we maar net door de dikke modderlaag heen konden ploeteren met onze fourwheeldrive. In Nederland een speeltje voor gemankeerden in de penopauze, hier een absolute voorwaarde om ergens, in dit geval dus Cesstos City, de hoofdstad van River Cess, te komen.

De witte NDI-auto glibbert door de modder
Cesstos City

Ze noemen het een stad, maar het is een dorp van een paar duizend inwoners, aan het eind van een zandweg die doodloopt op de plek waar de Cestos rivier de Atlantische Oceaan ontmoet. Er zijn nauwelijks auto’s of motorfietsen. Er wordt vooral gelopen. Aan de monding van de rivier zijn een paar Ghanese families neergestreken, die met hun lange, smalle, beschilderde houten boten de lokale visvangst verzorgen. De meeste vissers in Liberia zijn Ghanezen. Cesstos City is een van die plekken aan de kust waar in de 19de eeuw vrijgemaakte slaven uit de VS aanmonsterden om een nieuw leven te beginnen. Velen trokken naar de hoofdstad Monrovia, maar een aantal families bleef hier wonen tot 1980, toen een staatsgreep van enkele ‘inheemse’ soldaten een (voorlopig) eind maakte aan de dominantie van de Americo-Liberians. Hun vervallen, vaak zwartgeblakerde huizen van twee verdiepingen staan nog overeind en worden, waar mogelijk,  bewoond door ‘gewone’ Liberianen.


Ik loop met mijn collega uit Benin langs het strand tot de kleine vissershaven. Een vrouw maakt vissen schoon. We praten met haar zoon van een jaar of 20 die graag terug wilt naar Ghana om te studeren. De (staats)universiteit vraagt een collegegeld van 1200 dollar. De autorit van Monrovia naar Ghana, die Ivoorkust doorkruist, kost hem 200 dollar. Hij heeft nu 500 dollar gespaard.


Gegrilde vis

We bestellen een vis die zijn moeder voor ons grilt. Twee uur later brengt hij ons de vis. We zitten dan op het kleine terras van het Town Guesthouse, dat vier kamers telt en nu vol zit met ons team: chauffeur Ansu, assistente Famatta, Loka uit Benin en ik. Het hotel is eigendom van het stadje, dat met de omzet weer wat geld heeft om de troep op de zandweg te laten opruimen of de generator in het er naast gelegen stadhuis te laten draaien.
Vanaf het terras kijken we uit op de oceaan en het campagnekantoor van Sayee Yason Alamadine. Wij zullen de dagen dat we hier verblijven geen spoor van leven in zijn kantoor ontdekken, dat gesierd wordt met een groot affiche dat de passanten op wekt om op hem te stemmen. Zijn Libanese vader had een bloeiend bedrijf in River Cess, maar verhuisde naar Monrovia. Ook zijn zoon Sayee verhuisde, maar komt regelmatig terug. Hij steunt allerlei sociale projecten en organiseert voetbaltoernooitjes voor de jeugd. Zijn moeder was een Liberiaanse en dus voldoet hij aan de -omstreden- voorwaarde in de grondwet (art. 27 c) om Liberiaan te zijn: ‘Negroes or of Negro descent’.


Peacekeeper uit Benin

Er komt een vrouw naar ons toe met haar twee zoontjes. Ze blijkt in Benin te hebben gewoond. Ze was verliefd geworden op een VN-peacekeeper uit Benin, die was gelegerd in de VN-basis in Cesstos City, die nu leeg staat. Ze is na 6 jaar teruggekeerd met haar twee in Benin geboren kinderen. Haar soldaat achterlatend in Benin. Mijn collega uit Benin noemt haar ex-man ‘his brother’ hoewel hij hem niet kent. Hij belt hem zelfs op en stuurt een foto van zijn zoon per telefoon. Want hoe afgelegen ook, de kassa’s van de mobiele providers rinkelen overal. De jongste zoon blijkt een andere vader te hebben, zo leert mijn collega. Ook uit Benin.
De vandaag gevangen, inmiddels gegrilde vis arriveert en er staat een grote schaal smakelijke rijst op tafel, bereid door een heel aardige vrouw die aan de overkant een schimmig restaurant drijft. Met zijn allen doen wij ons tegoed aan deze maaltijd in de vallende duisternis die zich elke avond rond 7 uur aandient.


Geen vakantie

We zijn hier niet op vakantie. In de paar dagen die we in Cesstos City en omgeving doorbrengen, spreken we met de voorzitter van de kiescommissie, de politiechef, de voorlichter van de provincie, enkele politieke partijen, twee radiojournalisten en vertegenwoordigers van burgergroepen. Waaronder de voorzitter van het Community Watch Forum, een soort burgerwacht die waakzaam is in de vele dorpen waar de politie niet aanwezig is. Want in River Cess leidt de politie een moeizaam bestaan met 19 agenten en één auto. Allen zijn ervan overtuigd dat de verkiezingen vreedzaam zullen verlopen. Dat geldt ook voor Matthew Walley, de enige kandidaat die we spreken. Hij verloor de vorige verkiezingen met 115 stemmen verschil van het huidige parlementslid en is vol goede moed dat het nu gaat lukken. In een niet aflatende woordenstroom probeert hij ons ervan te overtuigen dat er door zijn concurrent massaal stemmers van buiten de provincie zullen worden binnengebracht. Hij schermt met het onwaarschijnlijke aantal van 8.000; onwaarschijnlijk, omdat er in zijn district 17.500 kiezers zijn geregistreerd. Het is de gewoonte in Liberia dat veel mensen die in de provincie zijn geboren, maar in de hoofdstad Monrovia wonen, werken of studeren, teruggaan naar hun geboortegrond om te stemmen. Maar dat zijn er nooit 8.000, zo wordt ons door alle anderen die we spreken, verzekerd. Hij lijkt zijn nederlaag al vast te framen. Overigens geldt de voorliefde voor Monrovia ook voor de kandidaten. Maar liefst 17 van de 20 kandidaten uit River Cess wonen in de hoofdstad.  Zo niet Matthew Walley.


zondag 3 september 2017

Goud, diamanten en verkiezingen in Gbarpolu

Deze week waren we in Gbarpolu, een provincie in het noordwesten van Liberia.  Ongeveer een kwart van Nederland, bedekt met groene heuvels en bergen, waar ongeveer 85.000 mensen wonen. Er wordt goud en diamanten gevonden en hout gekapt in het tropische regenwoud. Gbarpolu ligt geïsoleerd in Liberia. Het wordt slechts door enkele wegen ontsloten vanuit de omringende provincies. Onverharde wegen, die in het regenseizoen vaak onbegaanbaar zijn. Drie weken geleden probeerden we Gbarpolu te bereiken, maar een meter hoge waterstroom die de weg doorkruiste, belette ons dat. Deze week was het waterpeil enkele decimeters gezakt dus waagde onze chauffeur met succes de oversteek. De jeep bleek waterdicht te zijn.

King Sao Boso

Bopolu is de hoofdplaats van Gbarpolu. Een stad is het niet te noemen: huizen en winkeltjes liggen aan een paar zandwegen, er zijn nauwelijks auto’s en motorfietsen, alles is op loopafstand te bereiken. De enige historische bezienswaardigheid is het graf van koning Sao Boso, dat midden in het stadje op een stoffig kruispunt ligt. Onder koning Sao Boso (betekent bootsman, 1775-1836) bereikte Bopolu waarschijnlijk bereikt haar hoogtepunt. Slaven, ivoor, goud en hout werden door handelaren uit Bopolu geruild aan de kust met passerende Europese schepen Ze kregen er zout, tabak, vuurwapens en textiel voor terug. Naast zijn graf ligt een soortgelijk blauw geschilderd naamloos graf, waarin zijn zoon ligt begraven.

Het graf van koning Sao Boso
665 polling workers

In Gbarpolu spraken we met allerlei stekhouders, die met de komende verkiezingen bezig zijn.  Uiteraard de NEC magistrate, de vertegenwoordiger van de National Election Commission in de provincie, die de verkiezingen moet organiseren in de 133 stembureaus. Dat is geen makkie. Een aantal stembureaus is alleen te voet te bereiken, zodat er soms 8 uur met de stembiljetten en bussen moet worden gelopen. De werving van 665 polling workers (stembureauleden) is deze week in gang gezet. En elk stembureau moet buiten een security hebben. Dat laatste is een probleem, want de politie beschikt over welgeteld 39 agenten. Dat aantal moet worden aangevuld met andere ambtenaren, zoals van de brandweer, de immigratiedienst e.d.

Eén politieauto

De politie is trouwens een drama, zo bleek uit het gesprek dat we hadden met de plaatsvervangend korpschef. Er is slechts één auto, de acht motorfietsen zijn kapot. De (mobiele) telefoon werkt vaak niet in het afgelegen Gbarpolu. Toen wij er waren een hele dag niet, in januari een hele maand niet. Er is geen satelliettelefoon. In de bergen van Gbarpulo worden diamanten en goud gevonden. Officieel zijn er enkele concessiegebieden van de C-categorie, wat betekent dat alleen kleine bedrijven en ZZP’ers hun geluk mogen zoeken. Maar ook buiten het gebied wordt er door velen gezocht. Omdat dit, zoals overal ter wereld, een nogal ruig volk is, zou het er in sommige stembureaus nog weleens heet aan toe kunnen gaan. Onbereikbaar ver weg met die ene politieauto. Toch maakt niemand zich echt zorgen. Gbarpolu, zo verzekerde men ons, heeft een traditie van vreedzame verkiezingen. In 2005, 2011 en 2014 is er niets gebeurd, en dat zal in 2017 niet anders zijn. Niemand wil terug naar de burgeroorlogen die tussen 1990 en 2003 woedden.


T-shirts, petjes, wat rijst en water

Nu moet worden gezegd dat praktisch iedereen, ook de politici die wij spraken, kalmte uitstraalde. Er waren weliswaar enkele kleine incidenten geweest naar aanleiding van het afscheuren van verkiezingsaffiches, wat in Liberia als een fors vergrijp wordt gezien, maar verder is de campagne tot nu toe rustig verlopen. Sommige presidentskandidaten zijn langs geweest, zoals Alexander Cummings van de Alternative National Congress. Meer dan duizend mensen waren daar volgens de plaatselijke voorzitter van het ANC bij aanwezig. Nu zegt dat op zich niet veel. In Gbarpolu valt nog minder te beleven dan in Almelo, er is niet eens een stoplicht, en als er dan een presidentskandidaat langs komt, is dat een gebeurtenis van belang. Er worden dan vaak T-shirts, petjes, wat rijst en water uitgedeeld wat gretig aftrek vindt. Bij de volgende kandidaat komen ze dan weer – en dat valt ze niet kwalijk te nemen.

Nauwelijks auto's in Bopolu
Niet meer van de partij

Overduidelijk is dat partijen er veel minder toe doen dan personen. De vicepresident Boakai, die nu voor de regerende Unity Party de presidentskandidaat is, komt uit de naburige provincie Lofa. Tot 2003 was Gbarpolu onderdeel van Lofa, dus hij wordt nog steeds als ‘een van ons’ gezien. Hij zal wel weer de meeste stemmen halen in Gbarpolu, is de verwachting van velen. Net als in 2011, toen hij de running mate was van Ellen Johnson Sirleaf, en de UP 66,9% haalde. Maar van de drie districten, die ieder een afgevaardigde voor het Huis leveren, is er nu slechts één van de UP. De verwachting is dat deze afgevaardigde na de verkiezingen niet zal terugkeren. Dat partijen er minder toe doen, blijkt ook uit het gemak waarmee politici overstappen naar een andere partij. Daarbij vergeleken zijn de fracties in de Tweede Kamer bijna hermetisch gesloten cellen. Ik schat dat van de huidige 73 afgevaardigden zeker twintig honorabels inmiddels niet meer van de partij zijn. Ook vóór dat ze gekozen zijn, wisselen ze makkelijk van partij. Als iemand niet op de ledenvergadering (primary) als kandidaat wordt uitverkoren, stapt menigeen over naar een andere, meestal kleinere partij waar het wel lukt. Het is overigens een kostbare zaak om je kandidaat te stellen. Aan de partij moet meestal een bedrag van rond de $500 betaald worden om aan de primary te kunnen deelnemen; eenzelfde bedrag vraagt de NEC voor de registratie van een kandidaat. Beide bedragen moeten uit eigen zak worden betaald. Van de landelijke partij staat daar niets tegenover. Ook de campagne moet de kandidaat zelf betalen. Niet zo héél verwonderlijk dat de liefde voor zijn of haar partij niet bij iedereen goot is. Temeer daar de meeste partijen hetzelfde zeggen te willen. Evenals veel kandidaten: die willen die zetel. Kan het niet linksom, dan maar rechtsom.

maandag 28 augustus 2017

984 kandidaten op jacht naar 73 zetels

Behalve presidentsverkiezingen vinden er in Liberia op 10 oktober ook parlementsverkiezingen plaats. Kort lesje staatsinrichting. Liberia, gesticht door slaven die om uiteenlopende redenen mochten/moesten terugkeren naar het continent van hun voorouders en op de Afrikaanse westkust belandden, is gemodelleerd naar de staat van hun Amerikaanse meesters en onderdrukkers. Een presidentieel systeem met een Huis van Afgevaardigden en een Senaat. Er zijn 73 representatives die het Huis bevolken en de Senaat telt 30 leden. Elk van de 15 provincies kiest twee senatoren, of het nu het dichtbevolkte Montserrado is (1,5 miljoen inwoners), waarin de hoofdstad Monrovia ligt, of Grand Kru met ca. 58.000 inwoners. Onze indirect gekozen Eerste Kamer is daarbij vergeleken nog een parel van representatieve democratie. De senatoren zitten maar liefst 9 jaar, waarbij iedere Senaatsverkiezing, één senator per provincie wordt gekozen. Er vinden dus 2 keer in 9 jaar ‘halve’ Senaatsverkiezingen plaats. In 2014 voor het laatst, in 2019 vindt de volgende plaats. Op 10 oktober worden de 73 reps in één ronde gekozen. Het land is opgedeeld in 73 kiesdistricten, alle met ongeveer evenveel kiesgerechtigden: wie de meeste stemmen haalt, mag zich honorable noemen en zes jaar hun zetel bezet houden. 


 984 kandidaten voor 73 zetels

Er hebben zich 984 kandidaten gemeld voor deze 73 zetels, de meesten op naam  van een partij. Maar ook negentig onafhankelijke kandidaten doen een gooi naar het (te) goed betaalde Kamerlidmaatschap. Het Alternative National Congress (ANC), dat voor het eerst meedoet aan nationale verkiezingen, heeft in 69 districten een kandidaat gesteld, gevolgd door de Liberty Party (LP) met 68 kandidaten. De grootste oppositiepartij Coalition for Democratic Change (CDC) doet het met 67 kandidaten, Unity Peoples Party (UPP) met 62 en de regerende Unity Party  stelt in 56 kiesdistricten een kandidaat. Daarnaast is er nog een aantal kleinere partijen dat een gok waagt. In totaal doen er 25 partijen aan de verkiezingen mee. In de kieswet is opgenomen dat de partijen de inspanningsverplichting hebben om ten minste 30% van de kandidaten vrouw of man te laten zijn. Dat is niet gelukt. Slechts 16% van de kandidaten is… een vrouw. Tot zover de cijfers.


 Jongste kandidaat voor de oudste partij

Achter deze cijfers gaan kandidaten met ambities, hooggespannen verwachtingen, idealen en meestal goede bedoelingen schuil. Ik sprak de afgelopen weken met een stuk of tien kandidaten. Het is de bedoeling dat mijn team tot de verkiezingen in ieder geval met één kandidaat uit elk van de 37 districten die wij bestrijken, spreekt. Van grote en kleinere partijen, mannen en vrouwen, kandidaten uit de provinciehoofdsteden en uit dorpen in de bush. Het eerste wat opvalt is dat iedereen vol goede moed is. Iedere kandidaat die ik spreek is actief geweest in zijn of haar regio. Heeft boeken voor scholen aangeschaft, hulpmiddelen aan klinieken geschonken, of een machine voor de verwerking van cassave geschonken aan een dorp. Praktisch alle zittende parlementariërs doen ook mee. In een enkel district krijgen we te horen dat hij of zij goed werk heeft verricht, regelmatig uit Monrovia is teruggekeerd en enkele concrete zaken (een brug, een school, een kliniek)  heeft geregeld. Het aantal tegenkandidaten is dan doorgaans niet groot. Maar als het zittende Kamerlid er een potje van heeft gemaakt, en dat is volgens de meesten die wij spreken vaak het geval, kan het aantal tegenkandidaten wel oplopen tot zo’n 25.
Het zijn leuke gesprekken. Met de jongste kandidaat van het land, 25 jaar oud, die uitgerekend kandidaat staat voor de oudste partij, de True Whig Party (TWP), die tot 1980 Liberia als een éénpartijstaat regeerde. De TWP stelt nog in 30 districten een kandidaat, maar die worden overal als kansloos beschouwd. Toch is hij vol goede moed als wij hem in zijn donkere, vervallen en stroomloos partijkantoor spreken. Hij heeft immers een eigen NGO die veel voor jongeren uit zijn district heeft gedaan. In schril contrast hiermee staat de vrouwelijke kandidaat die wij in een uitstekend geoutilleerd kantoor ontmoeten. De computer in aanslag, en formulieren bij de hand waarop de namen en contactgegevens van iedere kiezer staan genoteerd die haar campagnemedewerkers, meest jonge vrouwen, hebben gesproken, zodat ze vlak voor de verkiezingen nog eens benaderd kunnen worden. Zij is een onafhankelijke kandidaat, wil niet in een partijhokje geduwd kunnen worden.


 Vurig verlangde ontwikkeling

Alle kandidaten benadrukken dat ze hopen op vreedzame verkiezingen. Ze zijn vooral bezig om zichzelf te promoten door van dorp naar dorp en van deur tot deur te gaan. Een programma hebben de meesten (nog) niet. Maar programma’s spelen nauwelijks een rol in de verkiezingen. Het zijn de persoonlijke contacten, de familie- en stamverbanden en de gefinancierde goede doelen die een rol spelen. Dat is de traditie van politiek bedrijven; een traditie die ervoor zorgt dat de kandidaten met het meeste geld goed scoren, de tribale kaart spelen wordt beloond en loyaliteit op oneigenlijke gronden wordt afgedwongen.
Maar, zo meen ik te kunnen zien, er is een kentering gaande. Er zijn partijen die het opwarmen van een stammenstrijd verwerpen. Er zijn kandidaten die benadrukken dat het niet de taak is van een volksvertegenwoordiger om kiezers met de spreekwoordelijke kralen en kettingen te lijmen, maar om hun werk in het parlement naar behoren te doen, dat wil zeggen de door iedereen zo vurig verlangde ontwikkeling (goed onderwijs, gezondheidszorg, werk, elektriciteit, hygiënische woonomstandigheden) in gang te zetten. En er zijn steeds meer kiezers die op bijeenkomsten vragen dat politici zich verantwoorden voor hun daden en hun bereidheid testen om hun salarissen te verlagen. Want Liberia mag dan wel een van de armste landen er wereld zijn, de parlementariërs behoren tot de best betaalden ter wereld.

zondag 20 augustus 2017

De strijd om het presidentschap is losgebarsten

Deze week is de strijd om het presidentschap van Liberia losgebarsten. Er hebben zich twintig kandidaten gemeld, maar de meeste media en analisten gaan ervan uit dat er zes kanshebbers zijn om de tweede ronde te halen. Want dat een kandidaat in de eerste ronde al meer dan 50% haalt, wordt uitgesloten geacht.
Die zes kandidaten zijn: vice-president Joseph Boakai, die voor de Unity Party (UP) het stokje van de huidige president Ellen Johnson-Sirleaf na 12 jaar probeert over te nemen. Zijn grootste uitdager is oud-voetballer George Weah, leider van de oppositionele Coalition for Democratic Change (CDC). Benoni Urey van de vorig jaar door hem opgerichte All Liberian Party (ALP), en naar verluid een van de rijkste mannen van Liberia, heeft zich ook in de strijd geworpen. Oudgediende Charles Brumskine van de Liberty Party (LP) is ook weer van de partij, evenals in 2005 en 2011. Verrassende nieuwkomer is Alexander Cummings, een voormalige CocaCola-bons, van het Alternative National Congress (ANC), een afsplitsing van de CDC. En de zesde kanshebber is Joseph Mills Jones, voormalig directeur van de Liberiaans staatsbank, die ook al een partij heeft opgericht: MOVEE, dat staat voor Movement of Economic Empowerment.

Alexander Cummings (ANC)
Eén vrouwelijk kandidaat

Deze zes heren moeten voor 10 oktober proberen de Liberianen ervan te overtuigen juist op één van hen te stemmen.  Dat gebeurt met het plakken van talloze affiches en het houden van rally’s waarbij de kandidaat, omstuwd door honderden opgetrommelde supporters (met T-shirt en petje), dorpen en steden bezoekt, handen schudt en een kort praatje houdt. Verder wordt er veel radiozendtijd aan hen besteed en staan de kranten, die overigens kleine oplagen hebben (zo rond de vier- tot vijfduizend), er vol van. De afgelopen week is er voor het eerst een debat gehouden, wat blijkens de opgetogen reacties  nooit eerder is voorgekomen.
Eigenlijk zijn er twee debatten gehouden, zij het dat de eerste een valse start was. Vorige week zondag waren alle kandidaten uitgenodigd voor een debat in Ganta, de hoofdstad van de provincie Nimba, ver weg van Monrovia. Veel presidentskandidaten waren aanwezig, maar de Grote Zes hadden zich eendrachtig afgemeld. Het debat ging echter wel door, en volgens krantenverslagen hadden de kansloze kandidaten goede, inhoudelijke verhalen. Onder hen was ook de enige vrouw, Macdella Cooper, een goede bekende, die opkomt voor jongeren en vrouwen. Zij is de favoriete kandidaat van de voor mij onbekende, en tamelijk bizar overkomende website en tijdschrift IsraelDefense.

Macdella Cooper
George Weah schitterde

Afgelopen vrijdag was dan het eerste echte debat tussen de zes kanshebbers in de Town Hall van Paynesville, een voorstad van Monrovia. Althans nu kwamen er vier opdagen. Mills Jones koos ervoor om elders in het land campagne te voeren en… senator George Weah schitterde door afwezigheid. Hij was in Togo en schudde de hand van de president aldaar, zo valt op zijn Facebookpagina te zien.
De vier die wel aanwezig waren, mochten in rondes van drie minuten hun licht laten schijnen over uiteenlopende onderwerpen als de staatsbegroting, landbouw, veiligheid, corruptie, jeugdbeleid, geweld tegen vrouwen en de noodzaak van een vreedzame ontwikkeling in het door burgeroorlogen (1990-2003) gemankeerde land.
Het evenement werd alom aangekondigd als het Liberia’s Presidential Debate, maar het was helemaal geen debat zoals wij dat kennen. Het was een spel van vraag en antwoord tussen de gespreksleider en een kandidaat. De kandidaten traden niet tegen elkaar in het strijdperk. Opvallend was ook dat ze nauwelijks kritiek op elkaar hadden, of op het beleid van de huidige president. In de Liberiaanse context wordt dat vooralsnog als een positief punt gezien. Expressief geuite meningsverschillen zouden al snel kunnen ontaarden in scheld- of nog erger vechtpartijen, zoals af en toe in het parlement gebeurt. Het vreedzame karakter van de campagne staat vooralsnog voorop bij alle betrokkenen.

George Weah met zijn running mate Jewel Howard-Taylor
They told you lies at the debate

De verhalen van de zes kandidaten stonden dan ook bol van wensen, zonder dat de meesten zich er druk over maakten hoe dat allemaal betaald kan worden uit het (huidige) staatsbudget van rond de 600 miljoen dollar. Zie hier het verslag van Frontpage Africa.
Het debat werd in het hele land uitgezonden door de vele radiostations die Liberia rijk is. En daarna is er in de praatprogramma’s nog lang over doorgepraat. Wat ik daaruit heb gedestilleerd, is dat Cummings (ANC) toch als de beste werd beschouwd, omdat hij zeer inhoudelijk en beredeneerd zijn punten maakten. Urey (ALP) kreeg het meeste applaus door zijn krachtige, populistische verhalen. Een radioanalist vergeleek hem al met Trump. Boakai (UP) en Brumskine (LP) werden het minst geprezen. Wellicht betalen zijn de tol voor hun te lange aanwezigheid in de Liberiaanse politiek.

En George Weah? Hij sprak, eenmaal terug in het land, zijn supporters toe met de nu al historische woorden: ‘They told you lies at the debate’. Tsja, zegt iedereen nu, dan had je er maar bij moeten zijn. Frontpage Africa verklaarde zijn afwezigheid als volgt: ‘Political pundits say Weah failed to attend the debate because he lacks the intellectual ability to articulate the various topics which were stated in the invitation letter to the debate.’

zondag 13 augustus 2017

Stemmen vraagt veel van een kiezer in Liberia

Deze week toog ons team naar het noordwesten van Liberia om de provincie Gbarpolu te bezoeken. Althans dat was de bedoeling. Nu heerst in Liberia het regenseizoen, dat in mei/juni begint en doorloopt tot oktober/november. Als het regent komt het niet met bakken maar met containers uit de hemel. Het regent echter niet elke dag (wat wel vaak wordt gedacht). Nu had het in de week voor we naar Gbarpolu vertrokken behoorlijk geregend, maar een paar uur lang was de kortste route die we reden goed te doen. Uiteraard een onverharde weg, met veel kuilen, maar daar raak je aan gewend. Tot we toch op een over de weg stromende rivier stuitten, ongeveer een meter diep. Niet te doen dus. Motorfietsen werden nog wel door het water heen gedragen, maar auto’s konden niet verder. Omgekeerd dus en de alternatieve route, via Tubmanburg, genomen. Maar ook daar kregen we te horen dat deze weg onbegaanbaar was.

Hoog water op weg naar Gbarpolu
Op naar Robertsport

Plan B werd in werking gezet: op naar Grand Cape Mount, de provincie die aan de Atlantische Oceaan ligt en aan Sierra Leone grenst. De weg was te doen en aan het eind van de dag kwamen we aan in Robertsport, de provinciehoofdstad. Nou ja stad, een groot dorp, dat aan de oceaan ligt op weelderig begroeide hellingen. In het droge seizoen is het een gewilde surfplek en op het strand ligt het door expats bezochte Nana’s Lodge waar je een blokhut kunt huren.
In Robertsport spraken we met enkele politieke partijen, assistenten van de superintendent en de chef (magistrate) van de National Election Commission (NEC), die in Grand Cape Mount verantwoordelijk is voor het organiseren van de verkiezingen. En dat is geen sinecure. De voorbereidingen van de verkiezingen zijn al het hele jaar aan de gang. In januari en februari organiseerde de NEC, maar ook vele internationals NGO's waaronder NDI, met behulp van talloze burgergroepen, de voter education. Met affiches, maar vooral met megafoons, deur-tot-deur gesprekken en de community radiostations, worden de Liberianen voorgelicht hoe ze het moeten aanpakken willen ze in oktober hun stem kunnen uitbrengen.

Een ingewikkelde procedure

Allereerst moest je je in maart laten inschrijven in het kiezersregister. Anders kun je niet stemmen. Je  kreeg dan een kieskaart met foto, naam, id-nummer  enz. Vervolgens deed je er goed aan om in juni te controleren of je naam voorkwam op de kiezerslijsten, de foto de juiste is en de naam goed gespeld. Die kiezerslijsten liggen namelijk op verkiezingsdag, 10 oktober, in het stembureau en als op die lijst iets niet klopt (geen foto, naam fout gespeld), zou het stembureau moeilijk kunnen doen. Nu bleken de namen massaal fout te zijn gespeld, wat niet zo wonderlijk is als je bedenkt dat veel mensen niet kunnen lezen, schrijven of spellen, er 15 verschillende talen zijn en de NEC-medewerkers die het registratiewerk doen ook niet allemaal het beste onderwijs hebben genoten. In haar wijsheid besloot de NEC dan ook dat iedereen die een kieskaart met een goede foto heeft op 10 oktober kan stemmen, ongeacht of de naam goed of fout is gespeld.
Vervolgens kunnen de kiezers die hun stemkaart zijn kwijtgeraakt een nieuwe kaart ophalen in een zogenaamd replacement center, waar  elk van de 73 kiesdistricten er één of enkele van heeft. Dat was deze week.
Deze hele ingewikkelde procedure moeten de Liberianen dus goed tussen de oren krijgen. Dat vergt een maandenlang volgehouden voorlichtingscampagne. De chef van de NEC in de desbetreffende provincie is er verantwoordelijk voor dat al die activiteiten (registratie, kieslijstcontrole en het verkrijgen van een nieuwe stemkaart) goed verlopen.

Collega Loka (links) en de magistrate van Roberstport en zijn assistent
Niqab af

Het hoeft geen betoog dat er, ondanks alle inspanningen, er toch geregeld wat misging tijdens de registratie van kiezers. Zo werkte een camera soms niet, of de printer van de kieskaart. Dan moesten de mensen de volgende dag terugkomen, terwijl ze soms uren hebben gelopen om zich te kunnen registreren. Sommige registratiebureaus gingen te laat open of de juiste formulieren ontbraken. Er waren klachten over inwoners van Sierra Leone die tot dezelfde stam behoren als Liberianen in het grensgebied en de grens overkwamen om zich te registeren. Moslima’s zouden gedwongen zijn voor de foto hun niqab af te doen. Dat neemt niet weg dat over het algemeen volgens waarnemers de registratie redelijk goed is verlopen en de NEC haar werk al een stuk beter heeft gedaan dan in 2011.

Lang wachten voor een stemkaart

Ons team sprak deze week ook met de twee  magistrates die Montserrado bestieren, de provincie waarin Monrovia ligt. Het bleken bevlogen, ervaren professionals te zijn die een pittige taak hebben, realistisch genoeg zijn om te weten dat er toch allerlei problemen zullen opduiken, die ze het hoofd moeten bieden.
In de hoofdstad spraken we met (kandidaat-)parlementariërs, lokale verkiezingswaarnemers en de Slum Dwellers Organisation van Liberia, die in de slopenwijken van Monrovia mensen motiveren om hun stemrecht te gebruiken.
We bezochten in Grand Cape Mount, Bomi en Monserrado een elftal replacement centres. Begin deze week was het er erg stil, maar in de loop van de week kwamen er steeds meer mensen opdagen om een nieuwe stemkaart te krijgen. Een enkeling die vergeten was zich in maart te registreren, probeerde het nu alsnog, maar stootte zijn neus. Zijn (het waren altijd mannen) naam stond immers niet op de kiezerslijst. Er kwamen trouwen twee keer zoveel meer mannen dan vrouwen een nieuwe stemkaart halen. Blijkbaar is de (Liberiaanse?) man een stuk slordiger.
Op zaterdag kwamen de meeste mensen. Wij bezochten die dag twee centers in Monrovia. In het centrum stonden een stuk of twintig mensen vreedzaam in de rij om het begeerde document te krijgen. In de slum New Kru Town was het vrij chaotisch. Zo’n veertig mensen stonden om de tafel van de drie NEC-medewerkers heen. Veel geschreeuw en verontwaardiging. De medewerkers zouden te laat verschenen zijn en sommige mensen hadden gisteren ook al tevergeefs staan wachten. Bovendien was er in deze dichtbevolkte wijk slechts één replacement centre voor de ruim 40.000 geregistreerde kiezers.

Intussen reed de verkiezingskaravaan van een CDC-kandidaat langs, de oppositiepartij van George Weah die veel kiezers uit de sloppenwijken trekt. Honderden jongeren op een truck en in auto’s erachter. Harde muziek en veel gelach. De verkiezingscampagne komt langzaam op stoom.

Deel van de CDC Verkiezingskaravaan in New Kru Town

zondag 6 augustus 2017

De verkiezingscampagne is begonnen

Deze week is de verkiezingscampagne in Liberia officieel begonnen. Afgelopen maandag werd het startschot gegeven en ogenblikkelijk was de hoofdstad Monrovia op alle mogelijke en onmogelijke plekken behangen met affiches van de belangrijkste kandidaten voor het presidentschap. In willekeurige volgorde zijn dat: Benoni Urey (eigenaar van LoneStar, naar verluid rijkste man van Liberia, mobiele telefonie provider, leider van de om hem heen opgerichte All Liberian Party), George Weah (oud wereldvoetballer en leider van de Coalition for Democratic Change), Joseph Boakai (vice-president, leider van de regerende Unity Party), Charles Brumskine (Liberty Party) en Alexander Cummings (oud-CocaCola bestuurder, leider van het ANC, Alternative National Congres).


 De imam en de megafoon

Maar er zijn ook parlementsverkiezingen. Het House of Representatives telt 73 leden, die in evenzovele kiesdistricten worden gekozen volgens het ‘first-pass the post’ systeem. Er is geen meerderheid nodig, wie de meeste stemmen behaalt, heeft de zetel.
We togen deze week naar de provincie Bomi, die drie kiesdistricten telt. Hoofdstad is Tubmanburg, genoemd naar William Tubman, de langstzittende president van het land (1944-1971). We spraken er met allerlei mensen. De superintendent, die wordt benoemd door de president en praktisch zonder budget en ambtelijke ondersteuning de provincie moet ‘besturen’, gaf ons de verzekering dat hij er alles aan deed om de verkiezingen vreedzaam te laten verlopen. De imam, die met een megafoon dorpen was ingetrokken om de bewoners aan te moedigen zich als kiezer te registreren. De vertegenwoordigster van een gehandicaptenorganisatie, die erop toe ziet of er rekening wordt gehouden in de stembureaus dat er blinden zijn die hulp bij het stemmen nodig hebben. De jonge vertegenwoordiger van de ECC, een Liberiaanse organisatie die, ondersteund door NDI, lokale verkiezingswaarnemers traint om op de verkiezingsdag in stemlokalen de gang van zaken te observeren.

Voice of the disabled

En we spraken met journalisten van twee radiostations. Liberia telt vele tientallen ‘community radiostations’. De radio is het belangrijkste medium. Kranten worden buiten de hoofdstad Monrovia nauwelijks verspreid en gelezen, de Liberiaanse staat TV is van povere kwaliteit en is onzichtbaar in het publieke debat. De radio daarentegen wordt veel beluisterd, met name ook op telefoons, en elk station heeft vermakelijke praatprogramma’s met vaak zeer gevatte presentatoren die ook opbellers aan het woord laten. Politici of partijen hebben vaak een eigen radiostation. In Tubmanburg spraken we met Radio Bomi, dat eigendom is van de ‘community’, onpartijdig is en veel aan de verkiezingen doet met, inderdaad, praatprogramma’s en speciale doelgroep programma’s, zoals de ‘voice of the disabled’.


We spraken ook met radio Pumah, dat eigendom is van Edwin Snowe, die kandidaat is in Tubmanburg voor de regerende Unity Party. Hij heeft er blijkbaar veel geld in gestoken, want het station beschikt over een fraai kantoor en de journalisten rijden in goede, ruim met affiches beplakte, auto’s rond. Ook de manager van dit station beweerde onpartijdig verslag te doen van de verkiezingen, een opmerkelijke geloofsbelijdenis. Beide stations zenden (betaalde) jingles uit van kandidaten en ook kan er, zoals op elk radiostation in Liberia, zendtijd worden gekocht.

Let is Snowe

Over de kandidatuur van Edwin Snowe is het laatste woord nog niet gezegd. Hij is namelijk op dit moment al lid van het parlement, zij het voor een district in Monrovia. En aangezien voor een parlementslid geldt dat hij in zijn district moet wonen, maar dat deze regel eveneens geldt voor iemand die zich kandidaat stelt, lijkt het erop dat hij op twee plekken domicilie heeft. En dat kan niet volgens senator Sando Johnson, eveneens uit Bomi, van de oppositionele National Patriotic Party (NPP), die deel uit maakt van de Coalition voor Democratic Change. De leidster van deze NPP is de ‘running mate’ van George Weah: Jewel Howard-Taylor, ex-vrouw van Charles Taylor, oud-president van Liberia, die in Engeland zijn straf van 50 jaar uit zit.


Johnson heeft dan ook bij de kiesraad beroep aangetekend tegen de kandidatuur van Snowe. Deze heeft inmiddels heel Tubmanburg met affiches laten volplakken (leuze: Let it Snowe) en zit met  een opvallend campagnekantoor aan de hoofdstraat. Op radio Bomi hoorde ik een boze senator Johnson, tevens eigenaar van een hotel in Tubmanburg, zich opwinden over de kandidatuur van Snowe. Hij introduceerde een nieuwe leuze ‘Stop Snowe’. Tussen neus en lippen beschuldigde hij Snowe ervan wapens op zijn boerderij in Bomi te verbergen. De volgende dag hoorde ik op radio Pumah een aantal commentaren langs komen die het voor Snowe opnamen. Hoezo onpartijdige radiostations? Beide kemphanen hebben overigens te kennen gegeven zich bij de uitspraak van de kiesraad neer te leggen. Dat is mooi, want vreedzame verkiezingen heeft Liberia meer dan ooit nodig.